Bewijzen uit de Heilige Koran

In de Heilige Koran zijn vele verzen te vinden die de waarachtigheid van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (vzmh) bewijzen. Vanuit deze verzen wordt duidelijk dat hij door God was aangesteld als de Beloofde Messias, Imam Mahdi en de Hervormer van de Eeuw.

Mirza Ghulam Ahmad (vzmh)

En zijn waarachtigheid uit de Heilige Koran

Vers 1: Leven vóór profeetschap

فَقَدۡ لَبِثۡتُ فِیۡکُمۡ عُمُرًا مِّنۡ قَبۡلِہٖ ؕ اَفَلَا تَعۡقِلُوۡنَ

“Voorzeker, ik heb voordien een heel leven onder u doorgebracht. Wilt gij dan niet begrijpen?” (10:17)

Dit vers benadrukt het principe dat het leven van een profeet vóór zijn verkondiging als bewijs dient voor zijn waarachtigheid. Een persoon wiens leven altijd vrij is geweest van leugens en die bekend staat onder de mensen voor zijn rechtvaardigheid, waarachtigheid en vroomheid, kan niet plotseling gaan liegen over een belangrijke zaak zoals profeetschap.

We zien dit principe ook terug in het leven van de Heilige Profeet Mohammed (sa). Toen Abu Bakr (ra) hoorde dat de Heilige Profeet (sa) aanspraak had gemaakt op het profeetschap, ging hij naar de Profeet (sa) toe en vroeg of dit klopte. De Heilige Profeet (sa) begon zijn aanspraak uit te leggen, maar Abu Bakr (ra) wilde geen uitleg horen. Hij wilde simpelweg weten of de Heilige Profeet (sa) deze aanspraak had gedaan of niet. Hierop bevestigde de Heilige Profeet (sa) dat hij inderdaad deze aanspraak had gedaan. Abu Bakr (ra) accepteerde de Heilige Profeet (sa) meteen en werd een toegewijde volgeling tot aan zijn overlijden.

De reden dat Abu Bakr (ra) geen uitleg wilde horen, was dat hij wist dat de Heilige Profeet (sa) bekend stond als een waarachtig en oprecht persoon. Slechts zijn bewering was voldoende om hem te accepteren als een Profeet van God.

Dit principe kan worden toegepast om de waarachtigheid van alle profeten vast te stellen. De levens van profeten vóór hun aanspraak getuigen van hun waarachtigheid. Ook het leven van Mirza Ghulam Ahmad (as) vóór zijn aanspraak getuigt van zijn waarachtigheid.

Zijn verkondiging vond plaats onder het volk waar hij zijn leven had doorgebracht. Iedereen was bekend met zijn vroomheid, zijn totale gehoorzaamheid en toewijding aan de Islam, de Koran en de Heilige Profeet Mohammed (sa). Zelfs de mensen die na zijn verkondiging zijn aartsvijanden werden, hebben hem vóór zijn verkondiging hoog geprezen voor zijn vroomheid en voor zijn diensten aan de Islam. Maulvi Siraj-ud-Din, een bekende figuur in India, schreef:

“We kunnen uit persoonlijke ervaring zeggen dat hij, zelfs in zijn jeugd, een zeer deugdzaam en rechtvaardig persoon was. Na zijn werk besteedde hij al zijn tijd aan religieuze studies. Hij ontmoette niet veel mensen. In 1877 hadden we de eer om een nacht bij hem thuis in Qadian te gast te zijn. Ook in die dagen was hij zo verdiept in aanbidding en devotie dat hij zelfs met gasten weinig converseerde. … We hebben vaak gezegd, en we zeggen het opnieuw, dat zelfs als zijn claims het resultaat waren van mentale preoccupatie, hij onschuldig was aan voorwendsels of verzinsels. … Hoewel wij persoonlijk niet de eer hadden om in zijn claims of openbaringen te geloven, beschouwen wij hem niettemin als een perfecte moslim.” (Zamindar, Urdu-krant uit Lahore, 8 juni 1908)

De Beloofde Messias (as) schrijft:

“U kunt geen gebrek, bedrog, onwaarheid of misleiding in mijn vroege leven aanwijzen op basis waarvan u zou kunnen beweren dat het een persoon betreft die overgegeven was aan onwaarheid en bedrog en die ten onrechte zijn bewering had gedaan. Is er iemand onder u die kan wijzen op een fout in mijn leven? Het is de pure genade van God dat Hij mij vanaf het begin stevig gegrondvest heeft in gerechtigheid, en dit is een bewijs voor degenen die nadenken.” (Tadhkiratush-Shahadatain, Ruhani Khazain, deel 20, pagina 64)

Het onberispelijke karakter en de oprechtheid van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) vóór zijn aanspraak op het profeetschap vormen een krachtig bewijs voor zijn waarachtigheid. Net als bij de Heilige Profeet (sa) en andere profeten, getuigt zijn vroege leven van zijn oprechtheid en goddelijke missie. Dit principe, dat duidelijk in de Heilige Koran wordt uiteengezet, biedt een universele maatstaf om de geloofwaardigheid van profeten te beoordelen en onderstreept het belang van een deugdzaam en vroom leven als basis voor goddelijke leiding.

Vers 2: Valse profeten zijn nooit succesvol

فَمَنۡ اَظۡلَمُ مِمَّنِ افۡتَرٰی عَلَی اللّٰہِ کَذِبًا اَوۡ کَذَّبَ بِاٰیٰتِہٖ ؕ اِنَّہٗ لَا یُفۡلِحُ الۡمُجۡرِمُوۡنَ

“Wie is dan onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah verzint of Zijn tekenen verloochent? Voorzeker, de schuldigen zullen nooit slagen.” (10:18)

Dit vers maakt duidelijk dat degenen die leugens tegen Allah verzinnen, nooit succesvol zullen zijn. Het succes van de Heilige Profeet Mohammed (sa) is een bewijs dat hij door God is gezonden. Dit principe kan worden toegepast om de waarachtigheid van alle profeten vast te stellen. Zoals Allah ook zegt: “Allah heeft verordend: ‘Voorwaar, Ik en Mijn boodschappers zullen zegevieren.'” (58:22)

Het leven van de Beloofde Messias (as), was een groot succes, een feit dat zelfs door zijn felle tegenstanders wordt erkend. Hij schreef meer dan tachtig boeken, duizenden brieven, hield honderden lezingen en nam deel aan vele publieke debatten, die hij allemaal won. Dit alles deed hij ter verdediging van de eer van de islam en de Heilige Profeet Mohammed (sa).

Daarnaast sprak hij honderdduizenden profetieën uit, waarvan er vele tijdens zijn leven in vervulling gingen en vele anderen tot op de dag van vandaag in vervulling blijven gaan. Hij bracht zijn vijanden tot zwijgen en daagde velen uit tot gebedsduels. Veel tegenstanders kwamen om door de profetieën die de Beloofde Messias (as) had gedaan. Anderen werd het zwijgen opgelegd en durfden geen woord van kritiek meer te uiten, en duizenden traden toe tot zijn gemeenschap.

Ook na het overlijden van de Beloofde Messias (as) wordt hij wereldwijd geëerd en gerespecteerd. Zijn gemeenschap telt vandaag de dag verscheidene miljoenen aanhangers, verspreid over meer dan 200 landen. Als Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) werkelijk een valse profeet was geweest (God verhoede), dan zou Allah de Almachtige hem nooit zoveel succes hebben geschonken. De Beloofde Messias (as) schrijft:

“O mensen, wees ervan overtuigd dat ik word geholpen door een Hand die mij altijd zal steunen. Als al jullie mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, gewone mensen en elite samenkomen om te bidden voor mijn vernietiging, in zulke mate dat door voortdurende neerbuigingen zelfs neuzen beginnen te vergaan en handen verlamd raken, zelfs dan zal Allah jullie gebeden niet verhoren, en Hij zal niet stoppen totdat Zijn wil is volbracht. En zelfs als geen enkel mens mij steunt, zullen de engelen van Allah mij bijstaan.” (Ruhani Khazain, Volume 17, Arba’een, pagina 400)

Het uitblijven van goddelijke straf en het aanhoudende succes van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) en zijn gemeenschap vormen een krachtig bewijs voor zijn waarachtigheid. Dit principe, dat in de Heilige Koran wordt uiteengezet, biedt een duidelijke maatstaf om de geloofwaardigheid van profeten te beoordelen. Het succes van de Beloofde Messias (as), ondanks felle tegenstand, is een getuigenis van zijn goddelijke missie en onderstreept de belofte van Allah dat Hij Zijn boodschappers zal doen zegevieren.

Vers 3: Valse verkondigers worden vernietigd door God

وَلَوۡ تَقَوَّلَ عَلَیۡنَا بَعۡضَ الۡاَقَاوِیۡلِ لَاَخَذۡنَا مِنۡہُ بِالۡیَمِیۡنِ ثُمَّ لَقَطَعۡنَا مِنۡہُ الۡوَتِیۡنَ فَمَا مِنۡکُمۡ مِّنۡ اَحَدٍ عَنۡہُ حٰجِزِیۡنَ

“En indien hij enige woorden in Onze naam had uitgedacht, dan zouden Wij hem zeker bij de rechterhand hebben gegrepen. En daarna zijn levensader hebben afgesneden, en niemand van jullie zou Ons van hem hebben kunnen tegenhouden.” (69:45-48)

Dit vers bewijst dat de Heilige Profeet Mohammed (sa) een waarachtige profeet was, omdat hem een lang leven werd geschonken nadat hij aan de wereld had aangekondigd dat hij openbaringen van God ontving. Het lang in leven blijven na de openlijke aankondiging van profeetschap is dus ook een teken voor de waarachtigheid van een profeet. We weten dat de Heilige Profeet Mohammed (sa) 23 jaar leefde na het ontvangen van zijn eerste openbaring. Een tijdsperiode van 23 jaar kan dus als maatstaf worden gebruikt om de waarachtigheid van een profeet vast te stellen.

Wanneer we dit criterium toepassen op de Beloofde Messias, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as), zien we dat hij zijn eerste openbaringen ontving in 1865, en hij bleef gedurende meer dan 40 jaar openbaringen van God ontvangen. Dit bewijst categorisch de waarachtigheid van zijn aanspraak, aangezien God nooit zo’n lange tijdsperiode zou hebben toegekend aan een valse verkondiger van openbaring.

De opponenten zouden eens moeten verklaren: als een valse verkondiger gedurende een periode van meer dan 23 jaar valse openbaringen kan blijven ontvangen, hoe bewijst dit vers dan de waarachtigheid van de Heilige Profeet Mohammed (sa)? Allah heeft duidelijk gemaakt dat Hij zelf zo’n persoon bij de rechterhand zou grijpen, en Allah breekt Zijn belofte nooit! Als Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) werkelijk een valse aanspraak op openbaring had gemaakt, zou Allah nooit hebben toegestaan dat hij dit 40 jaar lang zou kunnen voortzetten. De Beloofde Messias (as) schrijft hierover:

“Om deze reden heb ik deze openbare aankondiging gedaan, samen met een prijs van vijfhonderd roepies als beloning voor het aanhalen van een enkel geval dat het tegendeel bewijst… Als zij een voorbeeld kunnen geven, met voldoende bewijs, in overeenstemming met de Heilige Koran, waarin een persoon die valselijk beweerde een Profeet, Boodschapper of door God aangestelde persoon te zijn, gedurende een periode van meer dan drieëntwintig jaar vermeende openbaringen bleef publiceren, zal ik zo’n persoon vijfhonderd roepies contant betalen.” (Arabain, nr. III, Ruhani Khazain, deel 17, pagina’s 387-402)

Het feit dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) meer dan 40 jaar lang openbaringen van God bleef ontvangen en publiceren, zonder dat hem door Allah het zwijgen werd opgelegd of hij werd vernietigd, is een krachtig bewijs voor zijn waarachtigheid. Dit principe, dat in de Heilige Koran wordt uiteengezet, biedt een duidelijke maatstaf om de geloofwaardigheid van profeten te beoordelen en onderstreept de goddelijke bescherming die ware profeten genieten. Het toepassen van deze maatstaf op het leven van de Beloofde Messias (as) levert overtuigend bewijs voor zijn goddelijke missie en de waarheid van zijn aanspraak.

Vers 4: Profeten ontvangen kennis van het ongeziene

عٰلِمُ الۡغَیۡبِ فَلَا یُظۡہِرُ عَلٰی غَیۡبِہٖۤ اَحَدًا اِلَّا مَنِ ارۡتَضٰی مِنۡ رَّسُوۡلٍ

“Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij onthult Zijn geheimen aan niemand overvloedig, behalve aan hem die Hij als boodschapper heeft gekozen.” (72:27-28)

Een kenmerk van een ware profeet van God is dat hij een overvloed aan kennis van het ongeziene ontvangt. Dit zien we duidelijk in het leven van de Heilige Profeet Mohammed (sa), aan wie Allah de Almachtige vele geheimen openbaarde. Ook de Beloofde Messias (as), ontving talrijke openbaringen, en deed op basis daarvan vele profetieën.

Het is onmogelijk voor een valse profeet om kennis van het ongeziene te ontvangen en veelvuldig profetieën te verkondigen over de toekomst. Allah heeft Zelf verklaard met de woorden “Behalve aan hem die Hij als boodschapper heeft gekozen” dat dit voorrecht uitsluitend is voorbehouden aan Zijn ware boodschappers.

Het gaat hier niet slechts om een handvol of zelfs honderden profetieën; de Beloofde Messias (as) deed tijdens zijn leven honderdduizenden voorspellingen. Vele hiervan heeft hij zelf vermeld in zijn boek Nuzul-ul-Masih en Haqiqatul Wahi, en deze dienen als krachtige bewijzen voor zijn waarachtigheid.

Bovendien is het belangrijk op te merken dat de profetieën van de Beloofde Messias (as) niet vaag of dubbelzinnig waren, maar specifiek, gedetailleerd en vaak verbonden met een bepaalde tijdsperiode. Veel van deze voorspellingen gingen tijdens zijn leven in vervulling, terwijl andere in de decennia daarna werkelijkheid werden.

Enkele opmerkelijke voorbeelden zijn zijn profetieën over de Eerste Wereldoorlog, de onafhankelijkheid van India en de verspreiding van zijn boodschap naar de verste uithoeken van de wereld. Deze en talloze andere vervulde profetieën getuigen van zijn goddelijk verleende kennis van het ongeziene.

De consistente nauwkeurigheid en vervulling van de profetieën van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) vormen een onweerlegbaar bewijs voor zijn waarachtigheid als profeet van God. Geen bedrieger of valse profeet zou in staat zijn om zulke precieze en verstrekkende voorspellingen te doen die keer op keer uitkomen.

Zoals de Heilige Koran duidelijk stelt, is kennis van het ongeziene een teken van ware profeten, en de Beloofde Messias (as) demonstreerde deze goddelijke gave in overvloed. Zijn profetische prestaties, nauwgezet gedocumenteerd en geverifieerd, bieden een overtuigend bewijs voor zijn goddelijke missie en nodigen eerlijke zoekers naar waarheid uit om zijn aanspraak zorgvuldig te onderzoeken.

Voor meer informatie over de profetieën van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as), zie de pagina ‘Profetieën‘ op deze website.

Vers 5: Komst vanuit de mensen van Salman Farsi (ra)

ہُوَ الَّذِیۡ بَعَثَ فِی الۡاُمِّیّٖنَ رَسُوۡلًا مِّنۡہُمۡ یَتۡلُوۡا عَلَیۡہِمۡ اٰیٰتِہٖ وَیُزَکِّیۡہِمۡ وَیُعَلِّمُہُمُ الۡکِتٰبَ وَالۡحِکۡمَۃَ ٭ وَاِنۡ کَانُوۡا مِنۡ قَبۡلُ لَفِیۡ ضَلٰلٍ مُّبِیۡنٍ وَّاٰخَرِیۡنَ مِنۡہُمۡ لَمَّا یَلۡحَقُوۡا بِہِمۡ ؕ وَہُوَ الۡعَزِیۡزُ الۡحَکِیۡمُ

“Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in duidelijke dwaling verkeerden. En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze.” (62:3-4)

Dit vers verwijst naar de Heilige Profeet Mohammed (sa) en naar zijn metaforische wederkomst, zoals blijkt uit de woorden “En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet.” Deze metaforische wederkomst vond zijn vervulling in de persoon van de Beloofde Messias, Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as).

In Sahih Bukhari vinden we de context waarin dit vers werd geopenbaard:

“Abu Hurairah (ra) verhaalt dat wij op een dag bij de Heilige Profeet (sa) zaten toen Surah Jumu’ah werd geopenbaard. Ik vroeg de Heilige Profeet (sa): ‘Naar wie verwijzen de woorden “En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet”?’ Salman (ra), de Pers, was onder ons. Toen ik herhaaldelijk dezelfde vraag stelde, legde de Profeet (sa) zijn hand op Salman Farsi (ra) en zei: ‘Zelfs als het geloof de Pleiaden zou bereiken, zou een man van onder hen het  zeker vinden.'” (Sahih Bukhari, Boek 65, Hadith 417)

Uit deze overlevering wordt duidelijk dat de profetie betrekking had op een persoon afkomstig uit het volk van Salman (ra). Salman (ra) was een metgezel van de Heilige Profeet (sa) van Perzische afkomst. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) was eveneens van Perzische afkomst, waardoor deze krachtige woorden van de Profeet (sa) exact in vervulling gingen. De Beloofde Messias (as) schrijft hierover:

“Het is historisch bewezen dat een van mijn overgrootmoeders van afkomst een ‘Sayyid’, een afstammeling van Fatima (ra), de dochter van de Heilige Profeet (sa), was. Dit historische feit is door de Heilige Profeet (sa) zelf bevestigd. In een droom gaf hij mij de naam ‘Salman’ toen hij mij toesprak en zei: ‘Salman is van het volk van mijn huis op de plaats van Hassan.’ Het woord ‘Salman’ betekent ’twee Salam’ en ‘Salam’ betekent vrede. Dit wil zeggen dat het verordend was dat ik de oorzaak en het middel zou zijn om twee vredes teweeg te brengen: een interne vrede waardoor inwendige haatgevoelens en wederzijdse beschuldigingen onder de moslims zullen worden verwijderd, en een uitwendige vrede waardoor alle uiterlijke vijandschap ten dode zal zijn opgeschreven en grote aantallen niet-moslims tot de islam zullen worden aangetrokken door het getuige zijn van zijn grootheid en voortreffelijkheden. […] Ik verklaar op grond van goddelijke openbaring dat ik van Perzische afkomst ben, en volgens de bovengenoemde hadith, die is vastgelegd in ‘Kanzul ‘Amal’, zijn de Perzen Israëlieten en afstammelingen van Fatimah.” (Een Misverstand Weggenomen, Nederlandse editie 1980, p. 12)

Een ander opmerkelijk punt in dit vers is dat in de Arabische taal alle letters een numerieke waarde hebben. De numerieke waarde van dit vers komt overeen met 1275, het jaar waarin Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) kwam en dat verwijst naar zijn spirituele geboorte. Het is belangrijk op te merken dat dit jaartal, 1275, verwijst naar de islamitische (hijri) kalender. (Aina Kamalat-e-Islam, Ruhani Khazain, vol. 5, p. 220)

Deze verzen en overleveringen bieden overtuigend bewijs dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) de vervulling was van de profetie over de metaforische wederkomst van de Heilige Profeet Mohammed (sa). Zijn Perzische afkomst, de droom waarin hij de naam ‘Salman’ kreeg en de numerieke waarde van het vers die overeenkomt met het jaar van zijn komst, vormen samen een krachtig argument voor zijn goddelijke missie als de Beloofde Messias.

Vers 6: Gelijkenis met de bedeling van Mozes (as)

وَعَدَ اللّٰہُ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡا مِنۡکُمۡ وَعَمِلُوا الصّٰلِحٰتِ لَیَسۡتَخۡلِفَنَّہُمۡ فِی الۡاَرۡضِ کَمَا اسۡتَخۡلَفَ الَّذِیۡنَ مِنۡ قَبۡلِہِمۡ

“Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten, beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen, zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte.” (24:56)

In dit vers speelt een cruciaal woord een sleutelrol in het oplossen van de puzzel en het ontrafelen van het raadsel. Het woord کَمَا (zoals) duidt aan dat er een gelijkenis zou zijn tussen de stedehouders uit het verleden en die van het heden, wat impliceert dat ze niet identiek zouden zijn. Veel moslims geloven echter dat dezelfde Profeet Jezus (as), die als een opvolger van Mozes (as) verscheen, levend in de hemel verblijft en naar de aarde zal terugkeren om de volgelingen van Profeet Mohammed (sa) te leiden. Dit staat echter in tegenspraak met het woord کَمَا. Als Profeet Jezus (as) zelf zou terugkeren, zou er namelijk geen sprake meer zijn van een gelijkenis, maar van een identieke persoon.

Bovendien verwijst een hadith in Sahih Bukhari naar de Messias als “Imamukum minkum” (een Imam uit jullie midden). Het woord “minkum” bevestigt hetzelfde als het woord کَمَا. Het maakt duidelijk dat de Messias uit de moslims zou voortkomen als een weerspiegeling van Jezus (as), en niet dat Jezus (as) zelf zou terugkeren. Het zou iemand zijn uit de moslimgemeenschap, niet van buitenaf.

Waarom zou de gemeenschap die is uitgeroepen tot “het beste volk dat voor de mensheid is voortgebracht” (3:111) een profeet nodig hebben uit een ondergeschikt volk dat zich niet eens bewust was van de leerstellingen van de Heilige Koran? Bovendien heeft de Heilige Profeet Mohammed (sa) verklaard: “De geleerden uit mijn gemeenschap zullen zijn als de profeten van de Kinderen van Israël.” (Al-Maqasid Hasana) Als zelfs gewone geleerden uit de moslimgemeenschap de rang van profeten uit het volk van Israël kunnen bereiken, waarom zouden we dan een profeet uit dat volk nodig hebben om de moslims te leiden?

Zou Jezus (as), die nooit van de Koran heeft gehoord, werkelijk komen om de moslims de Koran te onderwijzen? En wat zouden we moeten doen met de titel “een boodschapper voor de Kinderen van Israël” (3:50) die in de Heilige Koran aan Jezus (as) is toegekend? Zouden we die moeten veranderen in “een boodschapper voor de gehele mensheid”? God verhoede! Integendeel, meer dan dertig verzen in de Heilige Koran verklaren dat hij zou sterven en nooit meer naar deze aarde zou terugkeren. Zijn wederkomst moet metaforisch worden opgevat: het zou een persoon zijn die veel gelijkenissen met Jezus (as) zou vertonen, en dat was niemand anders dan Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) uit Qadian.

De Beloofde Messias (as) schrijft: “O lezers! Overweeg voor uzelf: staat er ergens geschreven dat de verwachte Jezus dezelfde Israëlitische, Nazareense, de Bijbel dragende profeet zou zijn? Integendeel, Bukhari – bekend als het meest authentieke boek na de Heilige Koran – beschrijft hem als ‘Imamu-kom minkum’ (een imam uit jullie midden) en getuigt van de dood van de Messias (as). Laat hij die ogen heeft, waarnemen.” (The Heavenly Decree, Engelse editie (2006), p. 46-47)

Dit vers en de bijbehorende hadith bieden een krachtig bewijs dat de Beloofde Messias een gelijkenis zou zijn van Jezus (as), niet Jezus (as) zelf. Het concept van een metaforische wederkomst, waarbij een persoon uit de moslimgemeenschap zou opstaan met gelijkenissen met Jezus (as), is in overeenstemming met de leringen van de Heilige Koran en de uitspraken van de Profeet Mohammed (sa). Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) vervulde deze profetieën en manifesteerde de gelijkenissen, wat zijn aanspraak de Beloofde Messias te zijn, ondersteunt.

Vers 7: Gelijkenis tussen de Messiassen

اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلَیۡکُمۡ رَسُوۡلًا ۬ۙ شَاہِدًا عَلَیۡکُمۡ کَمَاۤ اَرۡسَلۡنَاۤ اِلٰی فِرۡعَوۡنَ رَسُوۡلًا

“Waarlijk, Wij hebben tot u een boodschapper gezonden, die een getuige tegen u is, zoals Wij een boodschapper tot Farao zonden.” (73:16)

In dit vers wordt de Heilige Profeet Mohammed (sa) vergeleken met Profeet Mozes (as). Beiden waren wet-dragende profeten en vertoonden veel overeenkomsten. Een van deze overeenkomsten is dat hun naties ook op elkaar zouden lijken. Net zoals geliefden van God geboren werden in de gemeenschap van Mozes (as) (d.w.z. de Israëlieten), werden geliefden van God ook geboren in de gemeenschap van Mohammed (sa). Daarom is deze ‘Mohammed-bedeling’ vergelijkbaar met de ‘Mozaïsche bedeling’. Om de overeenkomsten volledig en perfect te maken, was het ook nodig dat beiden een Messias en Hervormer zouden hebben, die eveneens vele gelijkenissen zouden vertonen.

  1. Relatie met de wet-dragende Profeet: Jezus (as) was geen wet-dragende Profeet en kwam circa 1300 jaar na de Profeet Mozes (as), de belangrijkste wet-dragende Profeet van de Israëlieten. Op gelijke wijze was Ahmad (as) geen wet-dragende Profeet en kwam circa 1300 jaar na de Heilige Profeet Mohammed (sa), de beste wet-dragende profeet aller tijden.
  1. Doelen: Het doel van Jezus (as) was om het Jodendom te hervormen, niet om een nieuwe religie te stichten. Jezus (as) schafte de wet van Mozes (as) niet af. Evenzo was het doel van Ahmad (as) om de Islam te hervormen, niet om een nieuwe religie te stichten. Ahmad (as) schafte de wet van Mohammed (sa) niet af.
  1. Leerstellingen: De leerstellingen van Jezus (as) benadrukten de zachtere elementen van het Jodendom, zoals zachtmoedigheid, nederigheid, naastenliefde, vergeving en berouw. Jezus (as) onderdrukte de hardere elementen van de wet van Mozes (as), zoals beperkingen en straffen. Op gelijke wijze benadrukten de leerstellingen van Ahmad (as) de zachtere elementen van de Islam, zoals geduld, zachtmoedigheid, vergiffenis, liefdadigheid en gebed. Ook hij onderdrukte hardere elementen van de wet, zoals jihad met het zwaard.
  1. Reden van afwijzing door de mens: Joden van die tijd verwierpen Jezus (as), die beweerde een profeet te zijn, omdat zij letterlijk in afwachting waren van de ’tweede komst van Elia’. Op gelijke wijze verwierpen moslims van deze tijd Ahmad (as), die beweerde een profeet te zijn, omdat zij letterlijk in afwachting waren van de ‘wederkomst van Jezus’.

Naast deze zijn er talloze andere gelijkenissen. Het is dus geen overdrijving om de komst van deze Messias aan te duiden als de ‘wederkomst van Jezus’. De Messias die in de Latere Dagen zou verschijnen, zou zoveel gelijkenissen vertonen met Jezus (as) dat het zou lijken alsof Jezus (as) opnieuw in de wereld was gekomen. Het zou echter niet dezelfde Jezus (as) zijn die 2000 jaar geleden verscheen. De Heilige Profeet Mohammed (sa) heeft namelijk twee compleet verschillende beschrijvingen gegeven voor de Messias uit het verleden en de Messias die in de Latere Dagen zou verschijnen.

Toen de Heilige Profeet Mohammed (sa) Jezus (as) tijdens de Mi’raj (nachtreis) tussen de profeten van Bani Isra’eel zag, beschreef hij hem als volgt:

“Jezus had een rode gelaatskleur, krullend haar en een brede borst.” (Sahih Bukhari, vol. 5, boek 55, hadith 648)

Echter, toen de Heilige Profeet Mohammed (sa) de Messias van de Latere Dagen in een droom zag, beschreef hij hem als volgt:

“Tijdens het slapen in de buurt van de Ka`ba, afgelopen nacht, zag ik in mijn droom een man van bruine gelaatskleur, de beste die iemand kan zien te midden van een bruine gelaatskleur, en zijn haar was lang en viel tussen zijn schouders. Zijn haar was sluik en water druppelde van zijn hoofd. Hij plaatste zijn handen op de schouders van twee mannen tijdens het rondgaan om de Ka`ba. Ik vroeg: ‘Wie is dit?’ Zij antwoordden: ‘Dit is Jezus, zoon van Maria.'” (Sahih Bukhari, vol. 4, boek 55, hadith 649)

Hieruit worden enkele punten duidelijk. Ten eerste was de Heilige Profeet Mohammed (sa) zich ervan bewust dat de Messias die in de Latere Dagen zou verschijnen een andere persoon was dan Jezus (as) uit het verleden. Ten tweede vermeldt Imam Bukhari deze twee overleveringen direct na elkaar op dezelfde pagina, wat aantoont dat Imam Bukhari de misvatting heeft weggenomen dat Jezus (as) zelf zou terugkeren. Ten derde had de Heilige Profeet Mohammed (sa) Jezus (as) al tijdens de Mi’raj gezien en was hij op de hoogte van zijn uiterlijk. Toen hij echter de Messias van de Latere Dagen in zijn droom zag, vroeg hij: “Wie is dit?”, wat aangeeft dat de Heilige Profeet (sa) deze persoon niet eerder had gezien.

Al deze punten maken duidelijk dat het een metaforische profetie betrof en geen letterlijke. We zien ook dat God in het verleden metaforische taal heeft gebruikt. De reden hiervoor is dat in de toekomst onderscheid kan worden gemaakt tussen degenen die standvastig zijn in hun geloof en de profeten accepteren, en degenen die hen verwerpen. Als alles volkomen duidelijk was opgeschreven, zou niemand ontkennen!

De Beloofde Messias (as) was zo standvastig in dit geloof omdat God hem deze verborgen waarheid had geopenbaard. Hij schreef: “Als dit geloofspunt van mij een foutief geloofspunt of een leugen is, kom dan met mij in debat. Als u vanuit de Heilige Koran of Ahadith kunt bewijzen dat Jezus leeft, zal ik niet alleen afstand doen van dit geloof, maar ben ik ook bereid om al mijn boeken waarin ik dit heb vermeld te verbranden.” (The Heavenly Decree, Engelse editie (2006), p. 11)

Deze verzen en overleveringen bieden een overtuigend bewijs dat de Beloofde Messias en Mahdi een metaforische wederkomst van Jezus (as) zou zijn, niet de komst van Jezus (as) zelf. 

Vers 8: Alle profeten en heiligen worden bespot

وَمَا یَاۡتِیۡہِمۡ مِّنۡ رَّسُوۡلٍ اِلَّا کَانُوۡا بِہٖ یَسۡتَہۡزِءُوۡنَ

“Maar er kwam nooit een boodschapper tot hen of zij bespotten hem.” (15:12)

Allah de Almachtige vermeldt ook in een ander vers:

“Dan zonden Wij Onze boodschappers de een na de ander. Telkens wanneer een Boodschapper tot een volk kwam, verloochenden zij hem.” (23:45)

Het is duidelijk dat alle profeten uit het verleden werden bespot. Het is nooit voorgekomen dat een profeet verscheen en alle mensen hem meteen accepteerden. Kijk bijvoorbeeld naar het voorbeeld van de Meester der Profeten, de Heilige Profeet Mohammed (sa). Ook hij onderging hevige vervolging en bespotting tijdens zijn leven. De Heilige Koran geeft talrijke voorbeelden van de vervolging en bespotting waarmee profeten te maken kregen:

Het volk van Noach (as) beschuldigde Noach ervan een leugenaar te zijn en dreigde hem te stenigen (26:117-118). Het volk van Hud (as) beschuldigde Hud van dwaasheid en leugenachtigheid (7:67). Het volk van Salih (as) noemde Salih een betoverde dwaas (26:154-155). Het volk van Shu’aib (as) dreigde Shu’aib en zijn volgelingen uit hun stad te verdrijven (7:89). De Israëlieten weigerden Mozes (as) te gehoorzamen en aanbaden zelfs een gouden kalf in zijn afwezigheid (7:149-151). De ongelovigen onder het volk van Jezus (as) smeedden plannen tegen hem en probeerden hem te doden (3:55).

Op dezelfde manier verscheen Mirza Ghulam Ahmad (as) als een Hervormer. Het is niet verrassend dat ook hij hetzelfde doormaakte als eerdere profeten en heiligen. Ook in zijn tijd kwamen de oelema bijeen en verklaarden hem en zijn volgelingen tot ongelovigen, beschuldigden hem ervan een dajjal en bedrieger te zijn, vierden zijn dood bij zijn overlijden en beweerden dat hij een vervloekte dood was gestorven. Dit alles is echter niets anders dan een krachtig teken van zijn waarachtigheid, omdat alle profeten zo werden behandeld.

Vers 9: Ontving buitengewone kennis en begrip van de Heilige Koran

لَّا یَمَسُّہٗۤ اِلَّا الۡمُطَہَّرُوۡنَ

“Dat niemand (de Koran) zal aanraken behalve zij die zich louteren.” (56:80)

Een andere manier om de waarachtigheid van een profeet vast te stellen, is door de goddelijke kennis die hij presenteert en die door anderen niet geëvenaard kan worden. De Heilige Koran verklaart dat niemand anders dan degenen die door God Zelf onderwezen worden, in staat is om de waardevolle verborgen spirituele wijsheden te bereiken. Alleen zij die door God Zelf gereinigd en geleid worden, kunnen dit verwezenlijken. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) was een van deze bijzondere personen.

Hoewel de Beloofde Messias (as) in zijn jongere jaren lessen had gekregen van enkele leraren, beperkten deze lessen zich tot de basis- en fundamentele principes die elk kind van jongs af aan bestudeert. De Beloofde Messias (as) had nooit aan een universiteit gestudeerd, maar bereikte desondanks in zijn leven zo’n hoog kennisniveau dat niemand hem hierin kon evenaren. In het bijzonder ontving hij uitzonderlijke kennis van de Heilige Koran. Zijn commentaar op het eerste hoofdstuk van de Heilige Koran, Surah Al-Fatiha, besloeg al honderden pagina’s. In feite zijn al zijn boeken, meer dan tachtig in getal, gewijd aan de uitleg en interpretatie van de Heilige Koran. Hij publiceerde zulke wonderbaarlijke werken dat zijn opponenten volledig tot zwijgen werden gebracht.

Zijn boeken bevatten de spirituele schatten van de islam. Niet alleen de inhoud is voortreffelijk, maar ook het woordgebruik en de wijze van uitleg zijn zeer indrukwekkend. Mensen die bedreven zijn in de Arabische taal staan vooral versteld wanneer zij ontdekken dat deze boeken niet geschreven zijn door een afgestudeerde professor of doctor in de Arabische taal, maar door iemand uit Qadian, in India. Iemand die niet eens de middelbare school heeft afgemaakt, laat staan aan een universiteit heeft gestudeerd.

Een van zijn werken, ‘Ijaz ul Masih’, daagde hij zijn tegenstanders uit om een betere versie dan zijn boek, of op zijn minst een werk van hetzelfde kaliber in het Arabisch te schrijven. Als iemand hiertoe in staat zou zijn, loofde Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) een aanzienlijke geldprijs uit. Deze Arabische boeken waren echter zo uitmuntend en hemels dat het zelfs voor Arabieren, wier moedertaal Arabisch is, onmogelijk was om dergelijke werken te produceren.

Het succes van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) tegenover zijn vijanden was te danken aan goddelijke steun. Hoe zou het anders mogelijk zijn geweest voor een onbekend persoon uit India om de hele wereld, inclusief de Arabische wereld, uit te dagen en zijn opponenten het zwijgen op te leggen?

De buitengewone kennis en het diepe begrip van de Heilige Koran die Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) tentoonspreidde, vormen een krachtig bewijs voor zijn goddelijke missie. Zijn vermogen om de verborgen wijsheden van de Koran te ontsluiten en zijn ongeëvenaarde beheersing van de Arabische taal, ondanks zijn bescheiden opleiding, getuigen van de goddelijke zegeningen die hem ten deel vielen. Dit is in overeenstemming met de belofte in de Heilige Koran dat alleen de ware dienaren van Allah, die door Hem gezuiverd en geleid worden, in staat zullen zijn om de ware betekenis en wijsheid van de Koran te doorgronden.

Vers 10: Komst in een tijd van duisternis

وَلَقَدۡ ضَلَّ قَبۡلَہُمۡ اَکۡثَرُ الۡاَوَّلِیۡنَ وَلَقَدۡ اَرۡسَلۡنَا فِیۡہِمۡ مُّنۡذِرِیۡنَ

“En voorzeker dwaalden vóór hen velen der ouden. En Wij hadden waarschuwers tot hen gezonden.” (37:71-72)

Een kenmerk van ware profeten en hervormers is dat zij verschijnen in een tijd van spirituele duisternis en moreel verval. Wanneer de mensheid afdwaalt van het rechte pad en de leringen van eerdere profeten vervormd of vergeten raken, stuurt Allah een nieuwe boodschapper om de mensheid terug te leiden naar het licht van goddelijke leiding.

De Heilige Koran bevestigt dit principe door te verklaren dat vóór de komst van de Heilige Profeet Mohammed (sa), veel volkeren waren afgedwaald van de waarheid. In reactie hierop zond Allah waarschuwers en profeten om hen te vermanen en terug te brengen naar het pad van rechtschapenheid.

Dit patroon is consistent door de geschiedenis heen. Profeet Noach (as) werd gezonden naar een volk dat afgoden aanbad en zich overgaf aan allerlei zonden. Profeet Mozes (as) confronteerde de tirannie en het ongeloof van de Farao en zijn volgelingen. Profeet Jezus (as) verscheen in een tijd waarin de religieuze leiders van de Israëlieten corrupt waren geworden en de ware geest van de wet hadden verloren.

Op dezelfde manier verscheen de Heilige Profeet Mohammed (sa) in een tijd van diepe spirituele duisternis, bekend als de periode van Jahiliyyah (onwetendheid). Arabië was verzonken in afgoderij, bijgeloof en sociale onrechtvaardigheid. De komst van de Profeet Mohammed (sa) markeerde het begin van een nieuw tijdperk van goddelijk licht en leiding voor de mensheid.

Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as), de Beloofde Messias en Mahdi, verscheen ook in een tijd van grote spirituele duisternis. In de 19e eeuw hadden moslims veel van de ware leringen van de islam verloren. Bijgeloof, sectarisme en extremisme hadden de overhand gekregen, terwijl westerse ideologieën en kolonialisme de islamitische wereld bedreigden.

In deze context claimde Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) door Allah te zijn aangesteld als een hervormer en geestelijk leider om de islam in zijn oorspronkelijke zuiverheid te herstellen en de mensheid terug te leiden naar het pad van ware rechtschapenheid. Zijn missie was om de moslims wakker te schudden uit hun geestelijke sluimer en de schoonheid en waarheid van de islamitische leringen voor de wereld te onthullen.

Ondanks felle tegenstand en vervolging volhardde hij in zijn missie, leidde hij een beweging van spirituele hervorming en legde hij de nadruk op de vreedzame en verlichte leringen van de Heilige Koran. Zijn geschriften, lezingen en debatten wierpen licht op de duisternis van onwetendheid en bijgeloof, en trokken talloze zielen naar de waarheid van de islam.

De komst van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) in een tijd van wijdverbreide geestelijke duisternis, en zijn onvermoeibare inspanningen om de mensheid terug te leiden naar het pad van goddelijke leiding, zijn in overeenstemming met het patroon van profeten en hervormers door de hele geschiedenis heen. Zijn missie en prestaties vormen een krachtig bewijs voor zijn goddelijke aanstelling als de Beloofde Messias en Mahdi, en onderstrepen de blijvende barmhartigheid en leiding van Allah voor de mensheid.