Waar stierf Jezus?
Een verbazingwekkend historisch document “Corriere Della Sera”, de meest bekende krant van Zuid-Italië, kwam met het volgende opmerkelijke bericht: Op 13 juli 1879 overleed een oude rabbijn, Mosammi Koor, die tijdens zijn leven bekend stond als een heilige. Hij had wat bezittingen. De gouverneur heeft zijn familieleden, die in verschillende landen woonden, opgezocht en hun tweehonderdduizend frank gegeven (honderdachttienduizend zevenhonderdvijftig, 118.750 roepies). Dit was gevonden in de grot waar de rabbijn al langere tijd woonde. Naast het geld kregen de familieleden ook enkele manuscripten, die zij niet konden lezen. Toen enkele Hebreeuwse geleerden de kans kregen om die manuscripten te zien, kwamen zij erachter dat deze papieren in een erg oude vorm van Hebreeuws waren geschreven. Toen de manuscripten werden gelezen, was daarin deze tekst te vinden: ‘Petrus Mahi Ghier, de dienaar van Jezus de zoon van Maria, spreekt hierbij de mensen aan in naam van God en met Zijn wil.’ De brief eindigt als volgt: ‘Ik, Petrus Mahi Ghier, heb in naam van Jezus de zoon van Maria en op 90-jarige leeftijd besloten deze liefdevolle woorden te schrijven bij het huis van God in het huis van Boleer, drie Pesach (dat wil zeggen drie jaar) na het overlijden van mijn heer en meester, Jezus de zoon van Maria.’ De geleerden kwamen tot de conclusie dat de brief stamt uit de tijd van Petrus. De Bible Association of London was dezelfde mening toegedaan. Na goed onderzoek ervan wil de Bible Association in ruil voor de manuscripten vierhonderdduizend lire (237.500 roepies) aan de eigenaren geven.” (De Ark van Noach, 226-229) Dit oude Hebreeuwse document dat de handtekening van Jezus’ (as) discipel Petrus, een dienaar van de zoon van Maria, draagt, bevat het bewijs dat Jezus (as) op deze aarde stierf, bijna vijftig jaar nadat hij aan het kruis was gehangen. Hij beschrijft namelijk zijn leeftijd als 90 en vermeldt dat hij deze brief 3 jaar na de dood van Jezus (as) heeft geschreven. Historisch gezien wordt aangenomen dat zowel Jezus als Petrus van dezelfde leeftijd waren en dat Jezus ten tijde van de kruisiging ongeveer 33 jaar oud was en Petrus ergens tussen de 30 en 40 jaar. Beide feiten zijn aanvaard door gerenommeerde christelijke geleerden (zie Smith’s Dictionary, Vol. 3, p. 2446, New Testament History en andere historische werken over dit onderwerp). Een aantal vooraanstaande deskundigen op het gebied van het christendom hebben deze brief onderzocht en authentiek verklaard. Hij werd gekocht voor een flink bedrag en het is geverifieerd dat de brief door Petrus is geschreven. Het zou naïef zijn om vast te houden aan het idee dat Jezus (as) nog steeds leeft bij zulk duidelijk en overweldigend bewijs. Men kan de feiten niet ontkennen. Een verder bewijs van de authenticiteit van deze brief is het feit dat hij uit de bibliotheek van een rooms-katholiek kwam die niet alleen in de goddelijkheid van Christus, maar ook in Maria geloofde. Hij had de brief alleen bewaard als een oud relikwie. Omdat hij in het Oud-Hebreeuws is geschreven en archaïsche termen gebruikt, was hij zich niet bewust van de werkelijke betekenis. Ook dit is een bewijs van de authenticiteit van het document. Naast het getuigenis dat in de brief van Petrus wordt gevonden, waren er ook bepaalde sekten onder de vroege christenen die geloofden dat Jezus (as) van het kruis werd genomen in een staat van bewusteloosheid die op de dood leek, en naar een graf werd gebracht. Hier werd Jezus (as) behandeld en binnen drie dagen was zijn toestand verbeterd. Daarna vertrok hij naar een ander land waar hij vele jaren heeft gewoond. Details van deze overtuigingen zijn te vinden in bepaalde Europese boeken, waaronder bijvoorbeeld ‘New Life of Jesus’ door Strauss, ‘Modern Doubt and Christian Belief’ en ‘Supernatural Religion’. Zijn missie Om de ware omvang en betekenis van Jezus’ (as) reis naar het oosten te begrijpen, is het cruciaal om de aard en reikwijdte van zijn goddelijke missie te overwegen. Zoals hij zelf verklaarde in een van zijn meest expliciete uitspraken over dit onderwerp: “Ik ben alleen gestuurd naar de verdwaalde schapen van het volk Israël.” (Mattheüs 15:24) Deze verklaring, opgetekend in het Evangelie van Mattheüs, biedt een krachtige sleutel tot het begrijpen van Jezus’ (as) doel en bestemming. In plaats van een universele boodschapper te zijn, gezonden naar alle volkeren en naties, maakt hij duidelijk dat zijn missie specifiek gericht was op de verloren stammen van Israël – die Joodse gemeenschappen die waren afgesneden van hun thuisland en erfgoed. De achtergrond van deze ‘verloren stammen’ gaat terug naar de tijd van de Assyrische en Babylonische veroveringen van het oude Koninkrijk Israël. Volgens zowel Bijbelse als seculiere historische verslagen werden tien van de twaalf stammen van Israël in ballingschap gevoerd en verspreid over verre gebieden van het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Terwijl twee stammen – Juda en Benjamin – uiteindelijk terugkeerden om het Koninkrijk Juda te vestigen, verdwenen de overige tien stammen grotendeels uit de geschiedenis, waardoor ze bekend werden als de ‘verloren schapen van Israël’. Echter, recenter onderzoek en archeologisch bewijs suggereren dat deze verloren stammen in feite migreerden en zich vestigden in verschillende delen van Afghanistan, Noord-India en zelfs tot in China. Oude Joodse gemeenschappen in plaatsen als Kabul, Kasjmir en Kochi getuigen van deze verspreiding en dienen als tastbare banden met het Bijbelse verleden. De geografische focus van Jezus’ (as) missie was niet beperkt tot zijn thuisland, maar strekte zich uit tot de verste gebieden waar de Israëlieten konden worden gevonden. Om zijn goddelijke mandaat te vervullen, moest hij het pad volgen van hun historische migraties en diaspora, hen opsporen in hun nieuwe landen en hen de boodschap van spirituele waarheid en verlossing brengen. Het graf in Kashmir Op basis van zowel openbaring als uitgebreid onderzoek is geconcludeerd dat de begraafplaats van Jezus (as) zich in Srinagar, Kashmir bevindt. De lokale bevolking rond dit graf werd op verzoek van de Beloofde Messias (as) ondervraagd, waaruit het volgende is gebleken: Het graf staat bij de bevolking bekend als ‘Rauza Bal’, wat ‘het geëerde graf’ betekent. Het graf is ongeveer 1900 jaar oud. De algemene opvatting is dat er een belangrijke profeet begraven ligt, die naar Kashmir kwam om mensen het rechte pad te wijzen. Ook wordt gezegd dat deze profeet ongeveer zeshonderd jaar voor de Profeet Mohammed (as) verscheen. Het graf is gebouwd volgens de Joodse traditie, zoals bevestigd door de noord-zuidoriëntatie van het graf. Volgens de buurtbewoners is het de graftombe van een profeet van de Ahle-Kitab (Mensen van het Boek). Hij staat in dit land niet bekend onder een hindoeïstische titel, zoals Raja, Avatar, Rishi, Muni of Siddha, maar iedereen noemt hem unaniem ‘Nabi’. Het woord ‘Nabi’ is gebruikelijk onder moslims en Israëlieten en betekent ‘Profeet’. Het staat bekend als het graf van ‘Yuz Asaf’, dat van boeddhistische oorsprong kan zijn of mogelijk afgeleid is van Yusu of Yehoshua (Jezus) de Verzamelaar. Het woord ‘Yuz’ staat voor Yuzu (wat Jezus betekent), en ‘Asaf’ in het Hebreeuws betekent verzamelaar, namelijk iemand die de verloren schapen van Israël zou verzamelen. Het is goed mogelijk dat de naam Yasu de vorm Yuz Asaf heeft aangenomen, aangezien het woord Yasu in het Engels ook Jezus is geworden. De naam Yuz Asaf verschilt overigens niet veel van Jezus. Dit woord vertoont geen enkele overeenkomst met het Sanskriet en lijkt duidelijk uit het Hebreeuws afkomstig te zijn. Naast het graf is ook een voetafdruk in steen gegraveerd waarin volgens onderzoek zelfs wonden van kruisiging zichtbaar zijn. De BBC 4-documentaire “Did Jesus Die?” belicht deze gebeeldhouwde voetafdrukken en stelt: “De positie van de littekens, net achter de tenen, komen niet met elkaar overeen, maar ze zouden op één lijn liggen als een enkele spijker door beide voeten zou worden geslagen, met de linkervoet bovenop de rechter.” Dit is een belangrijk bewijsstuk over het graf en heeft een prominente plaats gekregen in boeken en documentaires over het onderwerp. Het graf lijkt niet op de graven die gewoonlijk in het land worden gebouwd; het was een grote en geventileerde ruimte met een opening. In die tijd was het bij de Joden de gewoonte om grote graven met een toegang te bouwen, zodat wanneer een persoon stierf, zijn lichaam gemakkelijk naar het graf kon worden verplaatst. Het woord ‘Srinagar’ bestaat uit twee Hindi-woorden, ‘siri’ (schedel) en ‘nagar’ (plaats), wat ‘schedelplaats’ betekent. De plaats waar Jezus aan het kruis werd gehangen, werd ook wel ‘Schedelplaats’ genoemd. (Zie Matteüs 27:33, Marcus 15:22, Lucas 23:33, Johannes 19:17) Het is algemeen bekend dat mensen zoals de Afghanen en de oude inwoners van Kashmir in feite van Israëlische afkomst zijn. Zo noemen de mensen van Alai Kohistan zich sinds onheuglijke tijden Beni Israël. Op gelijke wijze is er nog een heuvelachtig gebied in deze regio, bekend als Kala Dakah, waarvan de bewoners er ook trots op zijn van Israëlitische afkomst te zijn. Dan is er in het Hazara-district zelf een stam die beweert tot het huis van Israël te behoren. Evenzo noemen de bewoners van de bergketen tussen Chillas en Kabul zichzelf ook Israëlieten. Dit is ook gebaseerd op hun eigen geschreven en mondelinge tradities, fysieke kenmerken, taal, folklore, monumenten en gebruiken.  Ook recent onafhankelijk onderzoek bewijst dit punt. Bijvoorbeeld een Engelsman, genaamd Forster, schrijft in zijn boek dat hij tijdens zijn verblijf in Kashmir het gevoel had midden in een Joodse stam te leven. Dat de Afghanen qua kenmerken een verrassende gelijkenis vertonen met de Joden, wordt zelfs toegegeven door geleerden die de bewering dat ze van Joodse afkomst zijn, helemaal niet onderschrijven. Dit is een sterk bewijs om aan te tonen dat de Afghanen van Joodse afkomst zijn. Al deze punten bewijzen ongetwijfeld dat dit het gezegende graf is van de Profeet Jezus (as). Er zijn daarnaast ook vele andere bewijzen die dit standpunt ondersteunen. Er zijn ook verscheidene onafhankelijk geproduceerde documentaires, waaronder een van de BBC, die eveneens dit standpunt onderschrijven. In het boek ‘Jezus in India’ presenteert Mirza Ghulam Ahmad, de Beloofde Messias, talloze bewijzen voor de reis van Jezus naar India, onder andere uit de Evangeliën, de Heilige Koran, medische literatuur, historische archieven, mondelinge overleveringen, diverse getuigenissen, logica en openbaring van God. Dit boek is gratis beschikbaar en te downloaden op de Bibliotheek-pagina. Dr. Fida Hassnain was een goed gekwalificeerd professor, met een Master in godgeleerdheid, een doctoraat in de indologie en een doctoraat in het Soefisme. Dr. Fida Hassnain was een archeoloog en godsdienstwetenschapper en verkreeg de functie van directeur van het Rijksarchief voor Jammu en Kashmir. Hij is niet alleen van mening dat Jezus (as) in dit graf is begraven, maar heeft vanaf 1988 tot op de dag van vandaag verschillende gedetailleerde boeken over dit onderwerp geschreven. Bovendien is in de afgelopen jaren een Tibetaans evangelie ontdekt door een Europeaan, waarin duidelijk bewijs te vinden is dat Jezus, vrede zij met hem, naar dit land kwam. Er zijn nog steeds nazaten van de volgelingen van Jezus Christus (as) in de buurt van Herat, Afghanistan. De Britse geleerde O.M Burke heeft deze volkeren in zijn boek ‘Among the Dervishes’ beschreven. Hoewel ze nu moslim zijn, zijn ze hun christelijke erfenis niet vergeten. Ze hebben een speciale gehechtheid aan Jezus en noemen hem ‘Yuz Asaf, de Kashmiri’ die tot hen kwam prediken. Ook volgens islamitische bronnen was Jezus (as) bekend als een reizende profeet: Kanzul-Ummal, een uitgebreide verzameling van Ahadith, vermeldt: “God openbaarde aldus aan Jezus: ‘O Jezus! Blijf van de ene plaats naar de andere gaan, anders zou je erkend en vervolgd worden.” (Kanzul Ummal, Volume 2, Pagina 34) Het was vanwege de lange reis van Jezus (as) dat hij ‘De Reizende Profeet’ werd genoemd, of zelfs ‘De Leider van Reizigers’. Een moslimgeleerde, Arif Billah Abi Bakr Muhammad, die bekend staat om zijn wijsheid, zegt over Jezus (as) op pagina 6 van zijn boek ‘Siraaj-ul-Muluk’: “Waar is Isa, de Ruhullah, en de Kalimatullah, de leider van de rechtvaardigen en de leider der reizigers?” Opgemerkt moet worden dat deze geleerde Jezus (as) niet slechts ‘een reiziger’ noemt, maar ‘de leider der reizigers’. Op gelijke wijze staat op pagina 431 van Lisaan-al-Arab, een van de meest erkende en bekende Arabische woordenboeken: “Jezus werd ‘Messias’ genoemd, omdat hij rondreisde en niet op één plaats bleef.” Het getuigenis van Hindoeïstische en Boeddhistische teksten Er zijn aanwijzingen dat Jezus (as) niet alleen predikte onder de Joden in Kashmir, maar ook indruk maakte op de Boeddhisten in de regio. In de geschriften van de Boeddhisten wordt Jezus (as) vermeld als een ‘Bodhisattva’ onder verschillende namen zoals ‘Isa’, ‘Jo-Asaf’ en ‘Metiyya’. Dit suggereert dat zijn leringen en invloed zich verspreidden buiten de Joodse gemeenschappen. In de eerste eeuw na Christus was Noord-India een belangrijk centrum van zowel het hindoeïsme als het boeddhisme. De Israëlitische volkeren in deze gebieden, die het jodendom beoefenden en die Jezus (as) diende, waren weliswaar een minderheid, maar het is waarschijnlijk dat velen van hen ook de inheemse religies van het hindoeïsme en het boeddhisme hadden omarmd. Deze religieuze en culturele vermenging creëerde een unieke context waarin de leringen van Jezus (as) konden worden overgebracht en geassimileerd. Sporen van Jezus (as) in deze landen kunnen worden ontdekt in enkele van de oude hindoeïstische en boeddhistische teksten. De oude boeken van de hindoes staan bekend als Purana’s. Een specifiek boek, de Bhavishya Maha Purana, geschreven in het Sanskriet, bevat een verslag van een ontmoeting tussen een Indiase koning genaamd Salivahana en “Isa-Masiha” (Jezus de Messias). Deze religieuze figuur wordt beschreven als een buitenlander met een lichte huidskleur, wat overeenkomt met de algemene beschrijvingen van Jezus (as) in andere tradities. Bovendien bevatten boeddhistische teksten een profetie over een toekomstige Boeddha of bodhisattva genaamd ‘Bagwa Metteyya’. Deze Pali-uitdrukking betekent letterlijk ‘blanke reiziger’. Taalkundigen hebben de etymologische gelijkenis opgemerkt tussen het woord “Metteyya” en “Messias”, waarbij één betekenis van “Messias” inderdaad “reiziger” is. Deze verbale overeenkomst, in combinatie met de beschrijving van een blanke of lichtgekleurde figuur, wijst sterk op Jezus (as) als de vervulling van deze profetie. Met de persoonlijke komst van Jezus (as) in het gebied daagde als het ware de zon van het christendom op in India. Als gevolg hiervan raakten veel van zijn leringen verweven met de leringen van Gautama Boeddha. Deze vermenging was zo diepgaand dat zelfs bepaalde gelijkenissen, zoals opgetekend in het Nieuwe Testament, werden toegeschreven aan Boeddha. Deze opmerkelijke overlapping wijst op een significante uitwisseling en synthese van religieuze ideeën in de nasleep van Jezus’ (as) aanwezigheid en prediking in de regio. Conclusie Het uitgebreide bewijs dat in dit artikel is gepresenteerd, biedt een overtuigend argument voor de stelling dat Jezus (as) de kruisiging overleefde, naar India reisde en uiteindelijk in Kashmir stierf, waar zijn graf tot op de dag van vandaag kan worden bezocht. Van historische documenten en mondelinge overleveringen tot archeologische vondsten en scripturale aanwijzingen, de aanwijzingen wijzen samen naar een fascinerende en tot nu toe grotendeels onvertelde episode in het leven van deze grote profeet. Het historische document dat de handtekening van Jezus’ (as) discipel Petrus draagt, is vooral overtuigend, omdat het rechtstreeks getuigt van Jezus’ overleving en latere jaren. Dit wordt verder ondersteund door de talrijke fysieke kenmerken van het vermeende graf in Srinagar, Kashmir, die sterk overeenkomen met Joodse begrafenistradities en zelfs aanwijzingen bevatten voor de kruisiging in de vorm van een doorstoken voetafdruk. De reis van Jezus (as) naar India past ook in de bredere context van zijn missie en de historische migratie van Joodse stammen naar de regio. Als een profeet die specifiek was gezonden naar de verloren schapen van Israël, is het logisch dat Jezus (as) deze gemeenschappen zou hebben opgezocht in hun nieuwe woonplaatsen in Afghanistan, Kashmir en daarbuiten. Inderdaad, zowel islamitische als niet-islamitische bronnen verwijzen naar hem als de ‘reizende profeet’ of zelfs de ‘leider van reizigers’. De opname van verwijzingen naar Jezus (as) in hindoeïstische en boeddhistische geschriften voegt nog een intrigerende dimensie toe aan dit verhaal. Het suggereert dat zijn invloed zich uitstrekte tot ver buiten zijn onmiddellijke Joodse volgelingen en weerklank vond bij spirituele zoekers uit verschillende religieuze tradities. Deze interreligieuze resonantie getuigt van de tijdloze en universele aantrekkingskracht van Jezus’ (as) boodschap van goddelijke liefde, mededogen en rechtvaardigheid. Hoewel veel van de bewijsstukken die in dit artikel worden gepresenteerd niet definitief zijn en onderhevig blijven aan interpretatie, bieden ze samen een overtuigende basis voor verder onderzoek en reflectie. Ze nodigen ons uit om onze lang gekoesterde veronderstellingen over het leven en de missie van Jezus (as) opnieuw te onderzoeken, en om open te staan voor nieuwe inzichten en mogelijkheden.