Introductie
Een van de voornaamste bezwaren die tegen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) wordt gemaakt is dat hij niet uit de familie van de Heilige Profeet Mohammed (sa) afkomstig was, terwijl in de Ahadith is vermeld dat de Mahdi vanuit de afstammelingen van de Heilige Profeet (sa) zou zijn, zoals in een overlevering is vermeld:
“De wereld zal niet tot een einde komen totdat de Arabieren geregeerd worden door een man uit mijn familie wiens naam hetzelfde zal zijn als de mijne.” (Musnad Ahmad, boek 5, hadith 3573) Een andere versie vermeldt: ” wiens naam hetzelfde is als de mijne en wiens vaders naam hetzelfde is als mijn vaders.” (Sunan Abi Dawud, boek 11, hadith 370).
Spirituele familie
Ten eerste is het belangrijk om te begrijpen dat volgens de Heilige Koran en de Ahadith een ware volgeling van een profeet in werkelijkheid behoort tot zijn spirituele familie. Zoals Allah vermeld in de Heilige Koran:
رَبِّ إِنَّهُنَّ أَضْلَلْنَ كَثِيرًا مِنَ النَّاسِ ۖ فَمَنْ تَبِعَنِي فَإِنَّهُ مِنِّي ۖ وَمَنْ عَصَانِي فَإِنَّكَ غَفُورٌ رَحِيمٌ
“Mijn Heer, zij hebben inderdaad velen van de mensen op een dwaalspoor gebracht. Wie mij daarom ook volgt, hij is stellig van mij en wat betreft hem die mij niet gehoorzaamt – Gij zijt voorzeker Vergevensgezind, Genadevol.” (14:37)
De woorden “wie mij daarom ook volgt, hij is stellig van mij” bewijzen dat oprechte volgelingen van een profeet tot zijn spirituele familie behoren. De oprechte gelovigen zijn onder elkaar ook een spirituele familie zoals Allah vermeldt in de Heilige Koran:
إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ إِخْوَةٌ
“De gelovigen zijn voorzeker broeders.” (49:11)
Over Salman Farsi (ra) staat vermeld in At-Tabaqat al Kubra dat de Heilige Profeet (sa) heeft vermeld dat hij tot de Ahl-ul-Bayt (mensen van de familie van de Profeet) behoort. Terwijl Salman Farsi (ra) van Perzische afkomst was! Ook worden de vrouwen van de Heilige Profeet (sa) “Ummahat-ul-Mu’mineen” (de moeders van de gelovigen) genoemd. Ook dit heeft vanzelfsprekend een spirituele betekenis.
Taqwa heeft de meeste belangstelling
Men moet onthouden dat rechtschapenheid niet iets is dat geërfd wordt en dat de familie van de Heilige Profeet (sa) niet beperkt is tot zijn fysieke nageslacht. Allah geeft meer waarde aan Taqwa van een gelovige, dan het behoren tot hetzelfde bloed.
إِنَّ أَكْرَمَكُمْ عِنْدَ اللَّهِ أَتْقَاكُمْ ۚ
“Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah.” (49:14)
Allah heeft ons in de Heilige Koran ook laten zien dat het nageslacht van de Profeten niet altijd rechtvaardige mensen zijn. Bijvoorbeeld, met betrekking tot de zoon van Noach (as) staat in de Heilige Koran vermeld:
قَالَ يَا نُوحُ إِنَّهُ لَيْسَ مِنْ أَهْلِكَ ۖ إِنَّهُ عَمَلٌ غَيْرُ صَالِحٍ
“Hij (God) zeide: “O Noach, hij behoort niet tot uw gezin omdat zijn daden niet goed zijn” (11:47)
Ondanks het feit dat het hier gaat om de fysieke zoon van Noach (as), behoorde hij volgens de Heilige Koran niet tot zijn familie. De reden hiervoor, zoals de Koran vermeldt, is dat hij niet godvrezend was en zijn daden niet goed waren. Dit toont duidelijk aan dat volgens de Koran de werkelijke familie van een profeet zijn oprechte volgelingen zijn.
De Messias is van Perzische afkomst
“Op een dag zaten we bij de Heilige Profeet (sa) toen Surah Jumu’ah werd geopenbaard. Ik vroeg de Heilige Profeet (sa): Naar wie de woorden “En ook anderen die dezen nog niet hebben ontmoet”, verwijzen. Salman (ra), de Pers, was onder ons. Toen ik herhaaldelijk dezelfde vraag stelde, legde de Profeet (as) zijn hand op Salman Farsi (ra) en zei: “Zelfs als het geloof de Pleiaden zou bereiken, zou een man van onder hen het zeker vinden” (Sahih Bukhari, Boek 65, Hadith 417)
Vanuit deze overlevering wordt duidelijk dat de Messias zou verschijnen wanneer het geloof volledig verdwenen zou zijn, en zou zijn opgestegen tot de hemel. De Heilige Profeet (sa) zei de woorden “een man van onder hen”, terwijl hij zijn hand op Salman (ra) legde, hieruit wordt duidelijk dat de Messias, zoals Salman (ra), van Perzische afkomst zou zijn. Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) was van Perzische afkomst.
In een onderzoek genaamd ‘De bevolking van het dorp Qadian en de reden voor de naam’ uit 1865 staat vermeld: “De grote voorvaderen (van Qadian) kwamen voor hun werk uit het Perzische koninkrijk en stichtten een dorp in deze jungle.”
Dit bewijst verder dat de afstamming van de Messias en Mahdi van de Profeet Mohammed (as) spiritueel moest zijn en niet fysiek, hoewel dat ook vervuld werd.
De Beloofde Messias (as) vermeldt:
“Mensen verbinden soms in fysieke termen de beloofde persoon aan het nageslacht van Hasan (ra), soms aan Hussain (ra) en soms aan Abbas (ra). Maar wat de Heilige Profeet (sa) werkelijk bedoelde was dat de beloofde persoon zijn erfgenaam zou zijn, net als een zoon, d.w.z. hij zou zijn naam erven, zijn karakter, zijn kennis, zijn spiritualiteit, en zou zijn evenbeeld weerspiegelen. Hij zal niets uit zichzelf verwerven, maar alles van de Heilige Profeet (sa), en zich zo in hem verliezen dat hij zijn evenbeeld zou weerspiegelen.” (Een misvatting weggenomen, p. 15)
Grootmoeders vanuit Sadaat
Sommige grootmoeders van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) waren vanuit de afstammelingen van de Heilige Profeet (sa). Zoals de Beloofde Messias (as) schrijft:
“Sommige van mijn grootmoeders van mijn vaderskant waren van bekende saadaat (vrouwelijke leden van de familie van Profeet Mohammed (sa)). Het was een gewoonte in onze familie dat vrouwen van saadaat soms werden uitgehuwelijkt aan onze familie en de onze aan die van hen“ (Ruhani Khazain, vol. 18, p. 426)
En: “Het is een historisch feit, vastgelegd in de geschiedenis van mijn voorouders dat een van mijn grootmoeders uit een adellijke familie kwam van de afstammelingen van de Heilige Profeet (sa), vanuit zijn dochter Fatima (ra).” (Een misvatting weggenomen, p. 15, Ruhani Khazain, deel 18, pagina 212-213)
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) zag ook eens in een droom dat Hazrat Fatima (ra) het hoofd van de Beloofde Messias (as) in haar schoot had. Ook hieruit begreep de Beloofde Messias (as) dat hij tot haar afstammelingen behoort.
