Grove taal?

Introductie:

De Beloofde Messias (as), de stichter van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap, werd tijdens zijn leven geconfronteerd met vele beschuldigingen van zijn tegenstanders. In dit artikel zullen we ingaan op vier specifieke aantijgingen en deze weerleggen aan de hand van de Islamitische leer en de geschriften van de Beloofde Messias (as) zelf.

Aantijging 1: De Beloofde Messias (as) noemde moslims die zijn claim niet accepteerden “Dhuriyyatul Baghaya” (kinderen van overspel).

Deze beschuldiging is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van de woorden van de Beloofde Messias (as). In zijn boek Aina-e-Kamalat-e-Islam schrijft hij over zijn levenslange verlangen om de Islam te verdedigen en in debat te gaan met hindoes en christenen. Hij noemt enkele van zijn boeken waarin hij dit deed, en zegt dan: “Het zijn deze boeken waar elke moslim met liefde en genegenheid naar kijkt… Iedereen accepteert en getuigt van de waarheid van mijn uitnodiging (tot de Islam), behalve degenen die Dhuriyyatul Baghaya zijn.” (Aina Kamalat e Islam, Ruhani Khazain, vol.5, p. 547)

Uit de context is duidelijk dat de Beloofde Messias (as) hier niet spreekt over moslims die zijn claim niet accepteren, maar over niet-moslims die zijn uitnodiging tot de Islam afwijzen ondanks de duidelijke bewijzen. Dit wordt bevestigd door andere passages waar hij juist oproept tot respect en eer voor alle moslims.

Bovendien betekent Dhuriyyatul Baghaya in de Arabische taal niet letterlijk “kinderen van overspel”, maar eerder “zij die de waarheid afwijzen en verstoken zijn van leiding”. Deze betekenis past perfect in de context van de Beloofde Messias’ (as) uitspraak.

Het is onlogisch om te denken dat de Beloofde Messias (as) moslims zou uitschelden voor kinderen van overspelers, en vervolgens zou oproepen om diezelfde moslims te eren en respecteren, zoals hij doet in andere passages. De beschuldiging is duidelijk gebaseerd op een verkeerde interpretatie en uit de context gerukt.

Aantijging 2: De Beloofde Messias (as) noemde moslims “varkens” en “honden”.

Ook deze beschuldiging is volledig uit de context gehaald. In zijn boek Najm-ul-Huda schrijft de Beloofde Messias (as) over zijn liefde voor God en afkeer van wereldse status. Hij zegt dat de vijanden (niet moslims in het algemeen) als wilde zwijnen zijn geworden en hun vrouwen erger dan honden, omdat ze schelden zonder reden.

Vervolgens maakt hij echter duidelijk dat zijn harde woorden alleen gericht zijn tegen christelijke geestelijken die de Heilige Profeet Mohammed (sa) bespotten en beledigen. Hij zegt uitdrukkelijk: “We gebruiken geen beledigende taal tegen de christenen; we doen niet aan beschuldigingen, obsceniteiten of ontering. We richten ons uitsluitend op degenen die openlijk en opzettelijk de Heilige Profeet (sa) beledigen.” (Najm ul Huda, Ruhani Khazain, vol. 14, p. 79)

Het gebruik van metaforen als “varkens” en “honden” voor degenen die heilige figuren beledigen is niet ongebruikelijk in religieuze taal. De Heilige Koran zelf gebruikt soortgelijke beeldspraak voor mensen die de waarheid verwerpen ondanks duidelijke tekenen. Het betekent niet dat de Beloofde Messias (as) alle moslims of zelfs alle christenen zo noemde, maar specifiek degenen die de Heilige Profeet (sa) beledigden.

De Beloofde Messias (as) benadrukt herhaaldelijk dat hij respect heeft voor alle oprechte mensen, of ze nu moslim, christen of hindoe zijn. Zijn harde woorden zijn voorbehouden aan degenen die alle fatsoensnormen overschrijden in het beledigen van de Islam. Dit is in overeenstemming met de Koranische leer om stand te houden tegen degenen die de gelovigen aanvallen.

Aantijging 3: De Beloofde Messias (as) gebruikte beledigende Arabische uitdrukkingen zoals “waladul baghaya” (kind van ontucht) en “ibnal haram” (onwettig kind).

De Beloofde Messias (as) gebruikte inderdaad soms sterke Arabische uitdrukkingen in reactie op de heftige beledigingen van zijn tegenstanders richting de Islam en de Heilige Profeet Mohammed (sa). Het is echter belangrijk om te begrijpen dat deze uitdrukkingen in de Arabische taal niet zozeer letterlijk als metaforisch bedoeld zijn.

Termen als “waladul baghaya” en “ibnal haram” verwijzen in de Arabische idiomatische taal naar mensen die bewust de waarheid verwerpen en het pad van misleiding volgen. Ze duiden op een geestelijke staat van verdorvenheid, niet op een letterlijke onwettige geboorte. Grote islamitische geleerden zoals Imam Baqir en Imam Abu Hanifa gebruikten soortgelijke uitdrukkingen in dezelfde metaforische zin.

Dit metaforische gebruik wordt ondersteund door de Heilige Koran zelf. Wanneer de Heilige Koran bijvoorbeeld spreekt over de “nakomelingen” van een profeet, verwijst dit naar spirituele nakomelingen, volgelingen die trouw zijn aan zijn leer. Wie een profeet verwerpt, wordt gezien als iemand die “onwettig geboren” is in de zin dat hij niet tot de ware spirituele familie behoort.

De Beloofde Messias (as) gebruikte deze uitdrukkingen alleen voor degenen die de ergste beledigingen uitten tegen de Profeet Mohammed (sa) en de Islam. Hij maakte altijd duidelijk dat hij respect had voor alle oprechte mensen, ongeacht hun geloof, en dat zijn sterke taal enkel gericht was tegen hardnekkige beledigers van de Islam.

Het is daarom onjuist en misleidend om te beweren dat de Beloofde Messias (as) moslims in het algemeen zou hebben beledigd met deze uitdrukkingen. Hij gebruikte ze in hun metaforische, idiomatische betekenis, zoals vele andere islamitische geleerden voor en na hem, en alleen voor specifieke vijanden van de Islam die alle fatsoensnormen overschreden in hun beledigingen.

Aantijging 4: De Beloofde Messias (as) gebruikte veel vloeken (la’nat) tegen mensen in zijn geschriften, wat niet past bij een profeet van God.

Het is waar dat de Beloofde Messias (as) soms de la’nat (vloek/vervloeking) van Allah afriep over specifieke mensen die de Islam en de Profeet Mohammed (sa) ernstig beledigden. Dit moet echter begrepen worden in de juiste context en betekenis.

Ten eerste betekent la’nat in de Arabische taal niet zomaar een scheldwoord of grove vloek. Het betekent eerder het afsmeken van Gods onthouding van Zijn genade en zegeningen over iemand vanwege diens slechte daden. Het is een smeekbede dat God zo iemand verwijdert uit Zijn nabijheid vanwege diens volharding in kwaad.

Ten tweede is het afroepen van la’nat over de vijanden van het geloof geen ongewone praktijk voor profeten en gelovigen. De Heilige Koran zelf vermeldt dat profeten als David (as) en Jezus (as) degenen vervloekten die kwaad deden en volhardden in ongeloof ondanks duidelijke tekenen. De Profeet Mohammed (sa) zelf bad voor la’nat over bepaalde vijanden van de Islam.

Ten derde gebruikte de Beloofde Messias (as) la’nat alleen voor notoire beledigers van de Islam, die de ergste scheldwoorden en laster verspreidden tegen de Profeet (sa), zoals de priester Imad-ud-Din. Ondanks herhaalde uitnodigingen tot dialoog en waarschuwingen, gingen zij door met het publiceren van grove beledigingen. In deze extreme gevallen achtte de Beloofde Messias (as) het gerechtvaardigd om Gods la’nat over hen af te roepen als een teken van loyaliteit aan de Profeet (sa) en afschuw van hun daden.

Hierbij volgde de Beloofde Messias (as) het voorbeeld van de Heilige Koran en de Profeet (sa) zelf. Hij maakte duidelijk dat zijn la’nat niet voor gewone mensen was, laat staan alle moslims of christenen, maar specifiek voor hardnekkige beledigers van de Islam die alle fatsoensnormen overschreden. Het was bedoeld om de ernst van hun daden aan te geven en Gods oordeel over hen af te smeken, niet als een persoonlijke vloek of scheldwoord.

Het veelvuldig herhalen van la’nat in sommige geschriften was bedoeld om de kracht van de smeekbede te versterken, vergelijkbaar met het herhalen van andere religieuze formules in aanbidding. Het toont de intensiteit van de Beloofde Messias’ (as) liefde voor de Heilige Profeet (sa) en afschuw van degenen die hem beledigden.

Het is dus onjuist om de Beloofde Messias’ (as) gebruik van la’nat te zien als ongepast gevloek of een teken van een slecht karakter. Het was een gerechtvaardigde smeekbede in lijn met Koranische en profetische precedenten, gericht tegen extreme beledigers van de Islam, niet tegen gewone moslims of andersdenkenden. Zoals in alle zaken was de Beloofde Messias’ (as) gedrag gebaseerd op zijn diepe liefde voor God en Zijn Profeet (sa) en zijn verlangen om de waarheid van de Islam te verdedigen.

Conclusie

Een zorgvuldige bestudering van de context en betekenis van de Beloofde Messias’ (as) uitspraken maakt duidelijk dat de beschuldigingen tegen hem gebaseerd zijn op verkeerde interpretaties en het negeren van zijn werkelijke intenties. Verre van het beledigen van moslims of het uiten van ongepaste vloeken, verdedigde de Beloofde Messias (as) consequent de eer van de Islam en de Profeet Mohammed (sa) tegen de aanvallen van vijandige critici. Zijn soms sterke taal was altijd gericht tegen degenen die alle fatsoensnormen overschreden in hun beledigingen, niet tegen gewone moslims of andersdenkenden, voor wie hij juist respect en goede wil toonde. Als oprechte dienaar van de Islam volgde de Beloofde Messias (as) het voorbeeld van de Heilige Koran en de Profeet (sa) in het verdedigen van het geloof en het afwijzen van kwaadwillige beledigers. Zijn geschriften moeten in dit licht worden begrepen, niet vanuit opgelegde misvattingen en uit de context gerukte citaten.