Finaliteit van Profeetschap
De Heilige Profeet (vzmh) is de laatste wet-dragende profeet en de Heilige Koran is de perfecte wet voor de gehele mensheid. Er kan geen nieuwe wet komen of een profeet die een nieuwe leer aankondigt. Echter, de Heilige Koran en Ahadith zijn duidelijk dat het profeetschap niet volledig is verzegeld. De Messias zou ongetwijfeld een profeet zijn.
Bewijzen uit de Ahadith
Hadith 1: Het sterven van Ibrahim (as)
De kwestie van de finaliteit van het profeetschap is een onderwerp dat veel discussie en debat heeft opgeroepen binnen de islamitische theologie. Hoewel de algemeen aanvaarde opvatting onder moslims is dat de Heilige Profeet Mohammed (sa) de laatste profeet was, biedt een zorgvuldige analyse van de Hadith-literatuur een genuanceerder perspectief op dit onderwerp.
Een bijzonder relevante overlevering in deze context is te vinden in Ibn Maja:
قَالَ لَمَّا مَاتَ إِبْرَاهِيمُ ابْنُ رَسُولِ اللَّهِ – صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ – صَلَّى عَلَيْهِ رَسُولُ اللَّهِ – صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ – وَقَالَ: “إِنَّ لَهُ مُرْضِعًا فِي الْجَنَّةِ وَلَوْ عَاشَ لَكَانَ صِدِّيقًا نَبِيًّا.”
“Toen Ibrahim stierf, bad de Boodschapper van Allah (sa) en zei: ‘Hij heeft een voedster in het Paradijs, en als hij had geleefd, zou hij een Siddiq (waarheidsgetrouwe) en een profeet zijn geweest.” (Ibn Maja, Volume 1, Boek 6, Hadith 1511)
Deze hadith heeft betrekking op het overlijden van Ibrahim, de zoon van de Heilige Profeet Mohammed (sa), die stierf in zijn kindertijd. De verklaring van de Profeet bij deze gelegenheid is opmerkelijk, omdat hij duidelijk stelt dat als Ibrahim had geleefd, hij niet alleen een Siddiq (een waarheidsgetrouwe persoon) zou zijn geweest, maar ook een profeet.
Deze uitspraak lijkt in tegenspraak met de gangbare opvatting dat de Heilige Profeet Mohammed (sa) de laatste profeet was en dat er na hem geen nieuwe profeet kan verschijnen. Als profeetschap inderdaad definitief was beëindigd met de komst van de Profeet Mohammed (sa), hoe kon hij dan verklaren dat zijn zoon een profeet had kunnen worden?
Om deze schijnbare paradox op te lossen, is het essentieel om als eerst de chronologie van de gebeurtenissen te begrijpen. Volgens islamitische bronnen stierf Ibrahim in het jaar 9 na de Hijra (de migratie van de Profeet van Mekka naar Medina). Het vers in de Heilige Koran waarin de Profeet Mohammed (sa) wordt beschreven als “Khataman Nabiyyin” (het Zegel der Profeten) werd echter al eerder geopenbaard, in het jaar 5 na de Hijra.
Het feit dat de Profeet Mohammed (sa) vier jaar na de openbaring van dit vers verklaarde dat zijn zoon Ibrahim een profeet had kunnen worden, suggereert dat hij de titel “Khataman Nabiyyin” niet begreep als een absolute beëindiging van profeetschap na hem. Als dat wel het geval was geweest, zou zijn verklaring over Ibrahim’s potentiële profeetschap tegenstrijdig en ongepast zijn geweest.
Vanuit een Ahmadiyya-islamitisch perspectief biedt deze hadith ondersteuning voor het concept van de continuïteit van ondergeschikte en gereflecteerde profeetschap binnen de ummah (gemeenschap) van de Profeet Mohammed (sa). Hoewel de Profeet Mohammed (sa) inderdaad het Zegel der Profeten was en de boodschappers van goddelijke wetgeving afsloot, sluit dit niet de komst uit van profeten die volledig ondergeschikt zijn aan zijn leringen en die zijn boodschap bevestigen en vernieuwen.
Deze interpretatie verzoent de finaliteit van Mohammed’s (sa) profeetschap met de mogelijkheid van toekomstige profeten en hervormers, zoals voorspeld in andere overleveringen van de Profeet (sa). Het erkent zijn unieke status als de laatste wetgevende profeet, terwijl het de deur openlaat voor goddelijke leiding en spirituele vernieuwing binnen zijn ummah.
Hadith 2: Geen profeet tussen mij en hem
Een andere cruciale hadith die licht werpt op deze kwestie is te vinden in de verzameling van Sunan Abi Dawud:
لَيْسَ بَيْنِي وَبَيْنَهُ نَبِيٌّ – يَعْنِي عِيسَى – وَإِنَّهُ نَازِلٌ .
“Er is geen profeet tussen mij en hem, dat wil zeggen Jezus (as). Hij zal neerdalen.” (Sunan Abi Dawud, boek 39, hadith 34)
Deze hadith, overgeleverd door de geëerde metgezel Abu Huraira (ra), bevat een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de Heilige Profeet Mohammed (sa) over de profetische status van Jezus (as) bij zijn terugkeer.
De Profeet (sa) stelt expliciet dat er geen profeet zal zijn tussen hem en Jezus (as), wat impliceert dat Jezus (as) zelf een profeet zal zijn wanneer hij terugkeert. Het gebruik van het Arabische woord “nabi” (profeet) in deze context laat weinig ruimte voor ambiguïteit.
Deze hadith vormt een uitdaging voor de gangbare opvatting dat profeetschap definitief is beëindigd met de komst van de Profeet Mohammed (sa). Als Jezus (as) bij zijn terugkeer inderdaad de status van profeet zal hebben, hoe kan dit dan worden verzoend met het concept van Khatam-un-Nabiyyin (het Zegel der Profeten)?
Voor Ahmadi-moslims biedt deze hadith ondersteuning voor hun geloof in de continuïteit van profeetschap binnen de ummah van de Profeet Mohammed (sa). Volgens de Ahmadiyya-interpretatie verwijst de titel Khatam-un-Nabiyyin naar de finaliteit van het wetgevende profeetschap, niet naar een absolute beëindiging van profeetschap.
Concluderend kan worden gesteld dat de hadith over de afwezigheid van een profeet tussen Mohammed en Jezus een intrigerende en uitdagende dimensie toevoegt aan het debat over de finaliteit van het profeetschap in de islam. Voor Ahmadi-moslims biedt het krachtig bewijs voor de continuïteit van profetische leiding binnen de islamitische traditie, zelfs na de komst van de Profeet Mohammed (sa). Het roept ook op tot een zorgvuldige en genuanceerde benadering van religieuze teksten, waarbij men verder kijkt dan oppervlakkige interpretaties en streeft naar een dieper begrip van hun implicaties in het licht van de bredere islamitische leringen.
Hadith 3: Viermaal ‘Profeet van Allah’ genoemd
De kwestie van de terugkeer van Jezus (as) en zijn profetische status is een onderwerp dat verder wordt belicht in een opmerkelijke hadith uit de verzameling van Sahih Muslim:
نَبِيُّ اللَّهُ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ حَتَّى يَكُونَ رَأْسُ الثَّوْرِ لأَحَدِهِمْ خَيْرًا مِنْ مِائَةِ دِينَارٍ لأَحَدِكُمُ الْيَوْمَ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ فَيُرْسِلُ اللَّهُ عَلَيْهِمُ النَّغَفَ فِي رِقَابِهِمْ فَيُصْبِحُونَ فَرْسَى كَمَوْتِ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ ثُمَّ يَهْبِطُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى الأَرْضِ فَلاَ يَجِدُونَ فِي الأَرْضِ مَوْضِعَ شِبْرٍ إِلاَّ مَلأَهُ زَهَمُهُمْ وَنَتْنُهُمْ فَيَرْغَبُ نَبِيُّ اللَّهِ عِيسَى وَأَصْحَابُهُ إِلَى اللَّهِ
Deze hadith, overgeleverd door de geëerde metgezel An-Nawwas ibn Sam’an (ra), beschrijft een reeks gebeurtenissen die zich zullen ontvouwen tijdens de tijd van de terugkeer van Jezus (as). Het opmerkelijke aan deze overlevering is dat de titel “Nabi’ullah” (Profeet van Allah) maar liefst vier keer wordt gebruikt om te verwijzen naar Jezus (as). (Sahih Muslim, boek 54, hadith 134)
Het herhaalde gebruik van deze titel is veelzeggend en heeft belangrijke implicaties voor het begrip van Jezus’ profetische status bij zijn terugkeer. Door hem consequent aan te duiden als “Profeet van Allah”, bevestigt de hadith ondubbelzinnig dat Jezus (as) bij zijn wederkomst zal verschijnen als een ware profeet, begiftigd met goddelijke openbaring en leiding.
Deze nadruk op Jezus’ profeetschap is consistent met de eerder besproken hadith uit Sunan Abi Dawud, waarin de Profeet Mohammed (sa) verklaarde: “Er is geen profeet tussen mij en hem, dat wil zeggen Jezus (as). Hij zal neerdalen.” (Sunan Abi Dawud 4324) Samen vormen deze overleveringen een krachtig argument voor de continuïteit van profeetschap binnen de islamitische traditie, zelfs na de komst van de Profeet Mohammed (sa).
Het is belangrijk op te merken dat de interpretatie van deze hadith en de kwestie van Jezus’ terugkeer als profeet een punt van verschil blijft tussen Ahmadi-moslims en de meerderheid van de traditionele moslims. Veel niet-Ahmadi-moslims beschouwen de letterlijke terugkeer van Jezus als een fundamenteel geloofsartikel en zien zijn profeetschap als een unieke uitzondering op de finaliteit van Mohammed’s (sa) boodschap.
Concluderend kan worden gesteld dat de hadith over Jezus (as) als een “Profeet van Allah” bij zijn terugkeer een intrigerend en boeiend bewijs vertegenwoordigt in de voortdurende discussie over de aard van profeetschap na de Heilige Profeet (sa). Voor Ahmadi-moslims biedt het een krachtige bevestiging van hun geloof in de voortdurende realiteit van goddelijke openbaring en spirituele vernieuwing binnen de islamitische traditie.
Hadith 4: Kalifaat als opvolging van het profeetschap
De relatie tussen profeetschap en kalifaat is een fundamenteel concept binnen de islamitische politieke en spirituele traditie. Een opmerkelijke hadith die licht werpt op deze relatie en de toekomst van leiderschap binnen de islamitische gemeenschap, is te vinden in de verzameling van Mishkat al-Masabih, een compilatie van authentieke profetische overleveringen.
تَكُونُ النُّبُوَّةُ فِيكُمْ مَا شَاءَ اللّٰهُ أَنْ تَكُونَ، ثُمَّ يَرْفَعُهَا اللّٰهُ إِذَا شَاءَ أَنْ يَرْفَعَهَا، ثُمَّ تَكُونُ خِلَافَةً عَلَى مِنْهَاجِ النُّبُوَّةِ فَتَكُونُ مَا شَاءَ اللّٰهُ أَنْ تَكُونَ، ثُمَّ يَرْفَعُهَا اللّٰهُ إِذَا شَاءَ أَنْ يَرْفَعَهَا، ثُمَّ تَكُونُ مَلِكًا عَاضًّا فَيَكُونُ مَا شَاءَ اللّٰهُ أَنْ يَكُونَ، ثُمَّ يَرْفَعُهَا إِذَا شَاءَ اللّٰهُ أَنْ يَرْفَعَهَا، ثُمَّ تَكُونُ مَلِكًا جَبْرِيَّةً فَتَكُونُ مَا شَاءَ اللّٰهُ أَنْ تَكُونَ، ثُمَّ يَرْفَعُهَا اللّٰهُ إِذَا شَاءَ أَنْ يَرْفَعَهَا، ثُمَّ تَكُونُ خِلَافَةً عَلَى مِنْهَاجِ النُّبُوَّةِ، ثُمَّ سَكَتَ.
“Het profeetschap zal onder jullie blijven zolang Allah dat wil. Dan zal Allah, de Verhevene, het opheffen. Vervolgens zal het kalifaat als opvolging van het profeetschap worden gevestigd en onder jullie blijven zolang Allah het wil. Dan zal Allah, de Verhevene, het opheffen. Daarna zal een despotische heerschappij onder jullie blijven zolang Allah het wil. Dan zal Allah, de Verhevene, het opheffen. Vervolgens zal er onder jullie een tirannieke heerschappij blijven zolang Allah het wil. Dan zal Allah, de Verhevene, het opheffen. Daarna zal het kalifaat als opvolging van het profeetschap weer worden ingesteld. Toen zweeg de Heilige Profeet (sa).” (Mishkat al-Masabih, Kitab al-Riqaq, Hadith 26)
In deze hadith schetst de Profeet Mohammed (sa) een opmerkelijk overzicht van de toekomstige stadia van leiderschap en spirituele leiding binnen de islamitische gemeenschap. Hij deelt deze progressie in vier duidelijke fasen in, elk gekenmerkt door zijn eigen unieke kenmerken en duur, afhankelijk van de Goddelijke Wil.
De eerste fase is die van het profeetschap zelf, een periode van directe goddelijke leiding en openbaring. Dit wordt gevolgd door de vestiging van het kalifaat “op de weg” of “volgens de methode” van het profeetschap. Deze beschrijving impliceert een voortzetting van profetische leiding, hoewel in een andere vorm, waarbij het kalifaat fungeert als de bewaarder en uitvoerder van de profetische boodschap.
De derde en vierde fase worden gekenmerkt door verschillende vormen van despotische en tirannieke heerschappij, wat wijst op een geleidelijke achteruitgang en corruptie van het spirituele en politieke leiderschap. Echter, het is de laatste fase die de meest intrigerende en betekenisvolle is – de terugkeer van het kalifaat “op de weg van het profeetschap”.
Deze krachtige uitdrukking suggereert niet alleen een herstel van rechtschapen en op principes gebaseerd leiderschap, maar ook een hernieuwde manifestatie van profetische leiding en spiritualiteit. Het impliceert een tijdperk van spirituele wedergeboorte en hervorming, waarin de ware essentie van de islamitische boodschap nieuw leven wordt ingeblazen en opnieuw wordt bevestigd.
Vanuit dit perspectief vertegenwoordigt de vestiging van het Ahmadiyya Kalifaat na de dood van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) de voortzetting van deze profetische belofte. De Kalifaat binnen de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap belichaamt het principe van rechtgeleide leiding en de instandhouding van de ware islamitische waarden in het aangezicht van de uitdagingen van de moderne tijd.
Hadith 5: Abu Bakr (ra) zou een profeet zijn geweest
De kwestie van de mogelijkheid van profeten na de Heilige Profeet Mohammed (sa) is een onderwerp van discussie binnen de islamitische theologie. Een intrigerende hadith die licht werpt op deze kwestie, is te vinden in de verzameling van Kanzul Ummal.
أَبُو بَكْرٍ أَفْضَلُ هَذِهِ الْأُمَّةِ إِلَّا أَنْ يَكُونَ نَبِيًّا
“Abu Bakr (ra) is de meest superieure onder de Ummah, behalve als er een profeet verschijnt.” (Kanzul Ummal, Al-Mutaqqi al-Hindi, Volume 11, Hadith 32161)
Deze hadith, overgeleverd door de metgezellen van de Profeet Mohammed (sa), bevat een opmerkelijke uitspraak die de deur opent voor de mogelijkheid van profeten na hem. Door te verklaren dat Abu Bakr (ra) de meest superieure onder de Ummah is, met uitzondering van het verschijnen van een profeet, impliceert de Profeet Mohammed (sa) dat de komst van een profeet na hem niet uitgesloten is.
Het is belangrijk op te merken dat de Profeet Mohammed (sa) specifiek verwijst naar deze ummah, wat aangeeft dat een dergelijke profeet uit de islamitische gemeenschap zelf zou komen, en niet uit een andere religieuze traditie of tijdperk zoals de Kinderen van Israël.
Een andere versie van dezelfde hadith, gerapporteerd in de verzamelingen van Tibrani en Ibn Addi, luidt als volgt:
أَبُو بَكْرٍ خَيْرُ النَّاسِ إِلَّا أَنْ يَكُونَ نَبِيًّا
“Abu Bakr is de meest superieure onder de mensen, behalve als er een profeet verschijnt.” (Al-Mu’jam al-Kabir, Tibrani, Volume 1, Hadith 217; Al-Kamil fi Du’afa al-Rijal, Ibn Addi, Volume 2, Bladzijde 833)
Deze variant van de hadith breidt de reikwijdte uit van de Ummah naar de mensheid als geheel, wat de universele aard van de islamitische boodschap en de potentiële verschijning van profeten binnen haar kaders benadrukt. Tegelijkertijd erkennen Ahmadi-moslims dat de interpretatie van deze ahadith en de kwestie van profeetschap na Mohammed (sa) een punt van verschil is met de meerderheid van de traditionele moslims. Veel niet-Ahmadi-moslims houden vast aan de opvatting dat Mohammed (sa) de laatste profeet was in de absolute zin, en zien geen ruimte voor de komst van nieuwe profeten, zelfs niet uit zijn eigen Ummah.
