Einde aan Jihad

Inhoudsopgave

  1. introductie
  2. De verschillende vormen van Jihad
  3. Jihad met het zwaard
  4. Jihad van deze tijd
  5. Niet in dienst van de Britten

Introductie

Jihad is een Arabisch woord dat kan worden vertaald als “streven” of “strijden”. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de “kleine jihad” en de “grote jihad”. De grote jihad – en dus de belangrijkste – wordt ook wel “jihad tegen het ego” genoemd, oftewel een strijd om het eigen ego te onderwerpen, tegen slechte neigingen en tendensen.

De “kleine jihad” is het vechten uit zelfverdediging tegen een vijand die een aanval heeft geïnitieerd. Het is een inspanning om een vijand te confronteren die iemand onrechtmatig uit zijn huis zet en inbreuk maakt op de vrijheid van de aanbidding van God. Jihad is niet bedoeld om bloed te vergieten, ontrouw aan gevestigde regeringen aan te moedigen of de vrede op enigerlei wijze te verstoren, maar juist om deze tot stand te brengen.

Een aantijging die tegen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) wordt gemaakt is dat hij de Jihad met het zwaard beëindigde. Dit is echter een misvatting, de Beloofde Messias (as) heeft nooit een einde gebracht aan Jihad. Hij schreef slechts dat er volgens de huidige omstandigheden geen Jihad met het zwaard nodig is, maar eerder een intellectuele Jihad.

De verschillende vormen van Jihad

  1. De strijd voor zelfverbetering: Deze wordt beschouwd als de grootste Jihad omdat dit de strijd is tegen onze zelfzuchtige wensen, wellust en wereldlijke verlangens.
  2. De plicht van de moslims om de ware boodschap van de Islam en de Heilige Koran over te brengen aan anderen: De Heilige Koran benadrukt dat deze vorm van Jihad moet worden verricht met wijsheid, tolerantie en respect voor anderen en hun geloof.
  3. Het besteden van de rijkdom die men bezit om behoeftigen te helpen: Het helpen van hen die in nood verkeren, ongeacht hun kleur, geloof of ras. Deze Jihad helpt om het lijden van de mensheid te verlichten, maar ook sociale vrede en harmonie te vestigen.
  4. De defensieve strijd: Deze vorm van Jihad is een Jihad van een lagere orde die alleen kan plaatsvinden onder bepaalde omstandigheden.

Jihad met het zwaard

Er waren specifieke omstandigheden in de tijd van de Heilige Profeet (sa) waarin het werd toegestaan om het zwaard op te nemen tegen degenen die de moslims vervolgden en probeerden uit te roeien. Deze omstandigheden worden als volgt beschreven in de Heilige Koran:

“Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie wordt gevochten, omdat hun onrecht is aangedaan, en voorzeker heeft Allah de macht hen bij te staan – degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven, alleen omdat zij zeiden: “Onze Heer is Allah”. En indien Allah sommige mensen niet door middel van anderen tegenhield, zouden zeker kloosters, kerken, synagogen, en moskeeën waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, zijn afgebroken.” (22:40-41)

Hieruit wordt duidelijk dat de moslims alleen mochten vechten ter zelfverdediging wanneer zij het slachtoffer werden van onderdrukking, hun situatie levensbedreigend werd en wanneer zij uit hun huizen werden verdreven simpelweg wegens het uitoefenen van hun godsdienst. De moslims werden namelijk vervolgd door de Quraish (stam uit Mekka), voordat hun toestemming om te vechten werd gegeven. Hiervoor hadden zij 13 lange jaren aan vervolging doorgebracht.

Jihad van deze tijd

De Beloofde Messias (as) heeft Jihad zeker niet ten einde gebracht. Hij weerlegde slechts het valse concept van Jihad gepredikt door de moslim geleerden van zijn tijd. Hij maakte ook duidelijk dat er specifieke voorwaarden nodig zijn om de Jihad met het zwaard te voeren, waarbij men niet wordt toegelaten zijn religie te praktiseren.

De Beloofde Messias (as) verklaarde: “Het is ons bevolen om tegen de ongelovigen te strijden zoals zij tegen ons strijden. We heffen het zwaard niet totdat onze mensen eerst door het zwaard gedood worden.” (The True Nature of the Mahdi, Engelse editie, p. 47)

Verder schreef hij: “Deze dagen is deze traditie uitgesteld vanwege de afwezigheid van de voorwaarden.” (Ḥaqiqatul Mahdi, Engelse editie p. 28)

Volgens de bovenstaande uitspraken wordt duidelijk dat de Beloofde Messias (as) jihad niet beëindigde. Het woord “uitgesteld” toont aan dat indien zulke voorwaarden voorkomen waarbij Jihad met het zwaard nodig is, deze nog steeds kan plaatsvinden. 

Een teken van de Messias die in de hadith wordt vermeld, is يضع الحرب. Dit betekent dat hij een einde zou brengen aan religieuze oorlogen. (Sahih al-Bukhari, Boek 56, Hadith 139)

“Ik ben tot jullie gekomen met een bevel: de jihad met het zwaard is vanaf nu beëindigd, maar de jihad van het zuiveren van jullie zielen moet doorgaan. Ik zeg dit niet als een eigen bewering. Dit is de wil van God. Herinner de hadith uit Sahih al-Bukhari die ‘yada-‘ul-harb’ vermeldt over de Beloofde Messias. Dat wil zeggen, wanneer de Messias komt, zal hij een einde maken aan religieuze oorlogen. Op gelijke wijze, beveel ik degenen die de eed hebben afgelegd aan mijn hand, zich te onthouden van al zulke gedachten, hun harten te zuiveren, medeleven te koesteren en medelijden te hebben met de lijdenden. Zij moeten vrede op aarde verspreiden, want dat zal hun geloof doen toenemen. Zij moeten geen twijfels hebben over hoe dit tot stand zal komen.” (British Government and Jihad, Engelse editie, p. 17)

De woorden “de jihad met het zwaard is vanaf nu beëindigd,” betekenen niet dat de jihad met het zwaard volledig is beëindigd tot aan de Dag des Oordeels. 

Het volgende citaat verheldert deze misvatting: De Jihad van dit tijdperk is streven naar de verheerlijking van de Islam door middel van het beantwoorden van de beschuldigingen van de tegenstanders en het verspreiden van de goedheid van de Islam; het vaste geloof in de wereld. Dit is de enige vorm van Jihad totdat Allah andere omstandigheden in de wereld creëert.” (A letter to Hazrat Mirza Nasir Nawab Sahib in Risala Durud Sharif p. 66)

Zijn khulafa (opvolgers) hebben het recht om de Jihad met het zwaard te gebruiken, mochten zulke omstandigheden zich voordoen. In 1947, in de tijd van Hazrat Khalifatul Masih II (ra), kwam zo’n gebeurtenis tot stand. Er brak een oorlog uit in Kashmir waarbij religieuze vrijheden werden bedreigd. De gemeenschap kwam meteen in actie met de “Furqan Force”. Het is daarom onterecht de Beloofde Messias (as) te beschuldigen dat hij de Jihad beëindigde.

Niet in dienst van de Britten

Sommigen hebben ook de aantijging geuit dat de Beloofde Messias (as) in dienst was van de Britten (God verhoede), omdat hij hen prees en geen Jihad tegen hen voerde. 

Ten eerste is het belangrijk om te begrijpen dat er een reden is dat de Beloofde Messias (as) de Britten had geprezen. Hij was de Britten namelijk dankbaar, omdat zij religieuze vrijheid hadden geboden aan alle inwonenden ongeacht tot welk ras of tot welke religie zij behoorden. Dit gebeurde na vele jaren van vervolging door de Sikhs. Voordat de Britten naar India kwamen, leefden de moslims onder extreme omstandigheden, zoals beschreven door de Beloofde Messias (as):

“De moslims zijn de tijd nog niet vergeten toen ze leden in een verschroeiende oven onder de handen van de Sikhs. Bovendien was niet alleen het rijk van de moslims vernietigd door hun onderdrukkende heerschappij, maar hun geloof verkeerde in een nog slechtere staat. Sommigen werden zelfs gemarteld voor het simpelweg oproepen tot het gebed, laat staan het vervullen van andere religieuze verplichtingen. In een dergelijke staat van ellende zond Allah de Almachtige deze gezegende regering van ver voor onze redding als een wolk vol water. Niet alleen kwamen ze ons bevrijden uit de klauwen van deze onderdrukkers, maar door totale vrede te vestigen, zorgden ze voor elk voorziening van luxe en religieuze vrijheid, en wel in die mate dat we onze vaste geloof ongehinderd en zonder aarzeling kunnen verspreiden”. (Ishtihār 10 July 1900 – Tablīgh-e-Risālat Volume 9 Pg 1-2)

Vervolgens kwamen de Britten naar India en namen deze regering over van de Sikhs. Dit was voor de moslims een enorme opluchting, omdat zij nu openlijk hun religie konden beoefenen. Zouden zij geen dank mogen uiten hiervoor? In een hadith staat vermeld:

“Degene die mensen niet dankbaar is, is Allah niet dankbaar.” (Abu Dawūd Kitāb-ul-Adab & Tirmidhi Kitāb-ul-Bir)

Deze situatie kan worden vergeleken met het incident waarbij vroege moslims moesten migreren naar Abessinië wegens vervolging door de Quraish. De moslims kwamen toen ook te leven onder Christelijke heerschappij van Koning Najashi waarbij zij openlijk hun religie konden beoefenen. Dit kwam na vele jaren van vervolging door de Quraish. De moslims waren destijds natuurlijk ook erg dankbaar hiervoor. Volgens sommige overleveringen zouden de metgezellen zelfs bidden voor de koning dat hij succesvol zou zijn in zijn oorlogen. (Sīrat Ibn Hishām, Urdu vertaling, vol. 2 p. 113)

Dezelfde aantijging zou dus tegen de Heilige Profeet (sa) en zijn metgezellen kunnen worden geuit. Echter is er niets bezwaarlijk aan deze incidenten.

“Sommige onwetende mensen hebben het bezwaar gemaakt, waaronder de redacteur van Al-Manar, dat omdat ik in een land woon dat door de Britten wordt geregeerd, ik daarom de Jihad zou verbieden. Deze onwetenden denken er niet over na dat als ik de regering had willen behagen met valse verklaringen, waarom ik dan herhaaldelijk bevestig dat Jezus, zoon van Maria, van het kruis werd verlost en een natuurlijke dood stierf in Srinagar en dat hij noch God was, noch Zoon van God. Zouden Britten die toegewijd zijn aan hun religie niet walgen van mijn verklaring? Let er dan op, onwetenden, dat ik deze regering niet vlei. De waarheid is dat het volgens de Heilige Koran verboden is om oorlog te voeren tegen een regering die zich op geen enkele manier bemoeit met de Islam of de praktijk ervan, noch geweld tegen ons gebruikt om haar eigen religie te bevorderen.” (Noah’s Ark, Engelse editie, p. 68)

Er zijn vijf belangrijke redenen die het onmogelijk maken dat Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as) in dienst was van de Britten.

  1. Hij omschreef de Britten als “Dajjal” (Antichrist). 
  2. Hij omschreef de Britten als “Ma’juj”.
  3. Hij schreef herhaaldelijk dat Jezus (as), de god van de christenen, noch God, noch de zoon van God is, en een natuurlijke dood stierf.
  4. Hij publiceerde literatuur in Amerika en Engeland en bevrijdde vele Engelsen en Amerikanen van het christendom.
  5. Hij nodigde Koningin Victoria uit tot de Islam. Hij beweerde verder dat wat tegenwoordig door christenen wordt gepredikt, ingaat tegen de leer van Jezus (as).

Kan een persoon die deze vijf aanspraken heeft gedaan, werkelijk in dienst van de Britten zijn? De Beloofde Messias (as) prees de Britten alleen vanuit het wereldlijke aspect en nooit vanuit het religieuze aspect. In feite was hij heel erg kritisch op hun geloof en schreef boeken vol tegen de leerstellingen van het christendom. Het is daarom volledig onterecht en onjuist om deze aantijging te uiten tegen Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (as).